Categoriearchief: Gezien en gehoord

Recensies van concerten, voorstellingen en tentoonstellingen

Waarom Kazuo Ishiguro de Nobelprijs verdiende

Waarom Kazuo Ishiguro de Nobelprijs verdiende.  Als hij dit jaar (2017) de Nobelprijs voor Literatuur niet had gekregen, was ik niet begonnen aan zijn ‘De rest van de dag’ uit 1989. Een butler die terugkijkt op zijn dienst bij een Engelse lord in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, prikkelt mijn nieuwsgierigheid niet. Maar wat een fantastisch boek bleek dit te zijn!

De meest recente uitgave door Atlas Contact van De rest van de dag van Nobelprijswinnaar Kazuro Ishiguro
De meest recente uitgave door Atlas Contact van De rest van de dag van Nobelprijswinnaar Kazuro Ishiguro

*****
De rest van de dag
Kazuo Ishiguro
Uitgeverij Atlas Contact
276 pagina’s
€15,00

Door: Marc Couwenbergh

Waarom Kazuo Ishiguro de Nobelprijs verdiende

Ishiguro, geboren in Nagasaki in 1954, woont sinds zijn vijfde in Engeland, laat het verhaal vertellen door de butler van Darlington Hall, mr. Stevens. Die gaat een paar dagen op reis, op aanraden van zijn nieuwe werkgever, een Amerikaan. Stevens accepteert het aanbod alleen omdat hij vergissingen in zijn werk is gaan maken. Fouten die, meent hij, het gevolg zijn van een verkeerde werkindeling. Waar Stevens voorheen een ploeg aanstuurde van 28 mannen en vrouwen, moet hij het nu met drie assistenten doen. Hij verwacht dat als juffrouw Kenton, die jaren onder hem heeft gewerkt, terugkeert als vijfde personeelslid, het allemaal weer goed zal gaan. Sprak er ook niet uit haar brief een heimwee naar Darlington Hall? Tijdens het uitstapje kan hij haar bezoeken om te vragen of ze weer in dienst wil treden.

‘U krijgt er spijt van’

Na deze proloog ontwikkelt het verhaal zich in de zes dagen van de reis. De voorvallen van elke reisdag roepen herinneringen op aan al die jaren van butler zijn. Ishiguro bouwt meesterlijk de spanning op door heel subtiel informatie te doseren. Het begint met iemand die Stevens aanraadt een wandeling te maken een heuvel op voor het mooiste uitzicht van Engeland. “U krijgt er spijt van als u niet even naar boven loopt.” Het zijn gebeurtenissen die elke toerist meemaakt. Pas aan het eind van het boek besef je het belang ervan. En dat geldt ook voor de herinneringen. Ze vullen het verleden van de butler in en schetsen ook een vergeten beeld van de jaren dertig waarin aristocratische Engelsen geen gevaar zien in de opkomst van de Nazi’s in Duitsland.

Keuzes maken in je leven

Loyaliteit, werk versus privé, politieke idealen of pragmatisch handelen, het verhaal van de butler is een verhaal over keuzes zoals iedereen die maakt in zijn leven. Tegen de tijd dat de tragiek, die vanaf het begin achter het verhaal schuilt zonder dat je er de vinger op kunt leggen, volledig tot je doordringt, zijn we al in de avond van de laatste dag. Ishiguro zorgt voor een verrassend slotakkoord dat maakt dat de titel van het boek voor altijd bij je blijft. Dat is waarom Kazuo Ishiguro de Nobelprijs verdiende!

Waarom Kazuo Ishiguro de Nobelprijsverdiende is ook te lezen op mijn pagina op Hebban.nl

 

Johannes Vermeer 385 jaar vandaag!

Johannes Vermeer 385 jaar vandaag! Op 31 oktober 1632 werd de latere schilder Johannes Vermeer gedoopt in de Nieuwe Kerk in Delft. Vandaag dus precies 385 jaar geleden.

'Het straatje' van Johannes Vermeer: de idylle van het vredige leven in een Hollandse stad met spelende kinderen op de stoep voor het huis, terwijl (groot)moeder in de deuropening zit te handwerken en toezicht houdt. Johannes Vermeer 385 jaar.
‘Het straatje’ van Johannes Vermeer: de idylle van het vredige leven in een Hollandse stad met spelende kinderen op de stoep voor het huis, terwijl (groot)moeder in de deuropening zit te handwerken en toezicht houdt.
Joannis

Waarschijnlijk was hij al enkele dagen eerder geboren. Bij zijn doop kreeg hij de naam Joannis van zijn vader Reynier Janszoon (ongeveer 1591–1652) en moeder Digna Baltens (ongeveer 1595–1670). Zijn zus Gertruy was al twaalf jaar.

Niet Van der Meer, maar Vermeer

Joannis was een Latijnse variant van Jan, de naam van zijn opa. Later zou de schilder zijn naam als Johannes gaan schrijven. Opmerkelijk is dat hij nooit het in die tijd gebruikelijk Reynierszoon aan zijn naam toevoegt. Hij schrijft altijd Vermeer. Anderen noemen hem ook vaak ‘Van der Meer’. Zo schrijft een notaris in een officieel document ‘Johannes van der Meer, kunstschilder’. De schilder ondertekent ditzelfde document met ‘Johannes Vermeer’. In een later document heeft de notaris de spelling ‘Van der Meer’ doorgestreept en erboven geschreven ‘Vermeer’.

Meer weten over Johannes Vermeer?
Lees: De meiden van Vermeer achterna

De Vliegende Vos

De kleine Joannis had nog niet de achternaam Vermeer. Zijn vader Reynier Janszoon gebruikte in die tijd de achternaam Vos. Achternamen lagen toen nog niet vast. De herberg van zijn ouders aan de Voldersgracht, heette De Vliegende Vos. Het is niet duidelijk of de herberg al zo heette toen Reynier Janszoon die kocht in 1631, of dat hij de naam bedacht.

Voldersgracht 25, het witte huis. Hier stond in 1632 de herberg De Vliegde Vos waar Johannes Vermeer werd geboren.
Voldersgracht 25, het witte huis. Hier stond in 1632 de herberg De Vliegde Vos waar Johannes Vermeer werd geboren.

Lees verder Johannes Vermeer 385 jaar vandaag!

Verborgen Verleden van Paul Haenen ingevuld

Verborgen verleden van Paul Haenen ingevuld door Marc Couwenbergh | cti
Marc Couwenbergh vult een stukje van het Verborgen Verleden van Paul Haenen in op basis van zijn boek 'De liefde voor het naakt' over de Amsterdamse kunstenaar Theo Beerendonk.
Marc Couwenbergh vult een stukje van het Verborgen Verleden van Paul Haenen in op basis van zijn boek ‘De liefde voor het naakt’ over de Amsterdamse kunstenaar Theo Beerendonk.

De moeder van Paul Haenen was verliefd op de Amsterdamse kunstenaar Theo Beerendonk. Hij trouwde echter niet met haar, maar met haar zus. Met het boek ‘De liefde voor het naakt’ over de kunstenaar Theo Beerendonk kon Marc Couwenbergh een stukje van het Verborgen Verleden van Paul Haenen invullen.

Kijk hier een stukje van de uitzending van Verborgen Verleden met Paul Haenen van zaterdag 21 oktober, 20.30 uur, NPO2

 

 

 

Liefde voor het naakt vult Verborgen Verleden Paul Haenen in

Liefde voor het naakt vult Verborgen Verleden Paul Haenen in. Mijn boek over de schilder Theo Beerendonk 1905-1979 blijkt bijzonder interessant voor cabaretier, journalist en programmamaker Paul Haenen. In het kader van het tv-programma Verborgen Verleden is hij op zoek naar zijn roots.

Liefde voor het naakt vult Verborgen Verleden Paul Haenen in. Auteur van 'De liefde voor het naakt - Theo Beerendonk 1905-1979' vertelt Paul Haenen over het Amsterdamse kunstenaarsleven in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Haenen denkt dat zijn moeder verliefd was op Theo Beerendonk.
Marc Couwenbergh, auteur van ‘De liefde voor het naakt – Theo Beerendonk 1905-1979’ vertelt Paul Haenen over het Amsterdamse kunstenaarsleven in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Haenen denkt dat zijn moeder verliefd was op Theo Beerendonk.
Liefde voor het naakt vult Verborgen Verleden Paul Haenen in

Voor de camera van Verborgen Verleden vertelde ik als auteur van het boek ‘De liefde voor het naakt – Theo Beerendonk 1905-1979’ in de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae aan het Rokin in Amsterdam, Paul Haenen over de Amsterdamse kunstenaarswereld in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Zijn moeder verkeerde in die kringen. Ze was bevriend met de kunstenaars Theo Beerendonk, Piet Landkroon, Katinka van Rood en Johan Limpers. De schilder Theo Beerendonk trouwde met de zus van zijn moeder.

Klik hier voor meer over Theo Beerendonk in het boek De liefde voor het naakt

TV-opname Verborgen Verleden

In drie sessies werden de opname gemaakt. In de eerste sessie richtte de camera zich vooral op Haenen, om zijn reactie te vangen. Zo liet ik hem foto’s zien van naakten van Beerendonk en ook foto’s van hem, zijn eerste vrouw die de zus is van de moeder van Haenen en hun oudste zoon. In de tweede sessie herhaalde ik een aantal elementen uit mijn verhaal, nu met de camera vooral op mij gericht.  Vervolgens nog een korte, derde sessie, waarbij de camera over onze schouders meekeek om details te filmen. Anderhalf uur beeld waarvan uiteindelijk zo’n vijf minuten in de uiteindelijke uitzending komen. Die volgt in het najaar.

 

100 jaar De Stijl en Victory Boogie Woogie 20 Nederlands eigendom

100 jaar De Stijl en Victory Boogie Woogie 20 jaar Nederlands eigendom. In 1917 richtte Theo van Doesburg met Piet Mondriaan het tijdschrift De Stijl op. Het laatste schilderij van Mondriaan, Victory Boogie Woogie, kocht Nederland in 1997 voor 82 miljoen gulden, ofwel 37 miljoen euro, van een Amerikaanse particulier.

100 jaar De Stijl. Moeder en drie dochters met alle aandacht voor de Victorie Boogie Woogie , in 2017 twintig jaar Nederlands eigendom.
Moeder en drie dochters met alle aandacht voor de Victorie Boogie Woogie in het Haags Gemeentemuseum. Dit laatste schilderij van Piet Mondriaan is nu twintig jaar Nederlands eigendom.
100 jaar De Stijl

In De Stijl publiceerden kunstenaars, vormgevers en architecten hun ideeën over een nieuwe, abstracte kunst. Ze  meenden dat die nieuwe kunst de samenleving beter en moderner maakte. Onder hen Gerrit Rietveld, Bart van der Leck, Vilmos Huszar en Piet Mondriaan (1872-1944).

Victory Boogie Woogie 20 jaar Nederlands eigendom

Mondriaan groeide uit tot icoon van De Stijl. Hij experimenteerde met primaire kleuren en zwarte en witte lijnen. Zijn laatste en onvoltooide werk is de ‘Victory Boogie Woogie’ uit 1944. Het geld voor de aankoop van dit schilderij in 1997 kwam van de Nederlandsche Bank. Daarmee nam de Bank afscheid van de Nederlandse gulden.

Ode aan het dynamische New York

Mondriaan was een groot liefhebber van dansen en jazz. Hij bracht met de ‘Victory Boogie Woogie’ een ode aan de bruisende dynamiek van New York. Eind 1940 was hij daar gaan wonen om te ontkomen aan de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse leefwijze en vooral de muziek had grote invloed op hem. Zo komt de naam Boogie Woogie uit de jazzmuziek. Het is een pianoblues waarbij de linkerhand een strak ritme speelt en de rechterhand bluesloopjes.

Detail van de Victory Boogie Woogie. De stukjes plastic zijn goed te zien. Door tape te gebruiken, kon Mondriaan snel kleuren wisselen in zijn zoektocht naar de ideale compositie.
Detail van de Victory Boogie Woogie. De stukjes plastic zijn goed te zien. Door tape te gebruiken, kon Mondriaan snel kleuren wisselen in zijn zoektocht naar de ideale compositie.
Bijna af en toch weer opnieuw beginnen

In het Gemeente Museum Den Haag hangt Mondriaans Victory Boogie Woogie in onvoltooide staat. Tal van gekleurde stukjes plakband zitten over eerder geschilderde vlakken en lenen heen. Mondriaan probeerde er de kleurpatronen en ritmiek van lijnen en vlakken mee uit. James Johnson Sweeney was destijds conservator van het Museum of Modern Art in New York en bevriend met Mondriaan. Hij vertelde dat de kunstenaar terwijl het schilderij al bijna af was, aan een drastische herziening ervan was begonnen. Enkele dagen later werd hij naar het ziekenhuis gebracht met longontsteking, waaraan hij overleed. 

De meiden van Vermeer achterna in Nederlands Dagblad

De meiden van Vermeer achterna in Nederlands Dagblad van 24 februari 2017. Een hele pagina wijdt Gulliver, het boekenkatern van het ND, aan de pelgrimage van Marc Couwenbergh naar 21 vrouwen van Vermeer.

Lees hier de boekbespreking door Arjan Glas van De meiden van Vermeer achterna in het Nederlands Dagblad 24-02-2017.

De meiden van Vermeer achterna inNederlands Dagblad; paginagrote bespreking van het boek door Arjan Glas.
De meiden van Vermeer achterna inNederlands Dagblad; paginagrote bespreking van het boek door Arjan Glas.

Lees verder De meiden van Vermeer achterna in Nederlands Dagblad

Parel bij Antonio Campi mist glans

Parel bij Antonio Campi mist glans. In Suzanna en de ouderlingen van Antonio Campi (1522-1587) staat helemaal rechts een jonge vrouw met een parel als oorbel. Zij reikt Suzanna een wit geborduurd kleed aan. Hoe fraai Campi dit tafereel ook schilderde, de parel aan het oor van het meisje mist de glans van de parels van Johannes Vermeer.

Een ander meisje met parel op het schilderij van Antonio Campi 'Suzanna en de ouderlingen' uit 1549-1550.
Een ander meisje met parel op het schilderij van Antonio Campi ‘Suzanna en de ouderlingen’uit 1549-1550.
De parel bij Antonio Campi mist glans

De parel bij Antonio Campi mist glans, maar niet door gebrek aan kwaliteit van de schilderkunst van Campi. Integendeel, Campi is een van de meesters van de Italiaanse renaissance. Het euvel is de verf. Campi schilderde deze Suzanna en de ouderlingen met tempera.  In de temperaverf zijn de pigmenten gebonden door eigeel. Door olie als bindmiddel te gaan gebruiken, ontstond een verf met een glans. Deze techniek was ontstaan in de vijftiende eeuw in onze contreien. Jan van Eyck is niet de uitvinder van de olieverf. Wel was hij een van de eersten die de kwaliteiten van olieverf ten volle wist te benutten.

Italianen verrukt van olieverf

Antonello da Messina (1430-1479) zou van Jan van Eyck persoonlijk geleerd het geheim van de olieverf geleerd hebben. Dat schrijft Vasari in zijn beroemde boek Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten. Dit wordt echter niet door andere bronnen bevestigd. Wel is het zeker dat Da Messina een van de eerste schilders in Italië was die met olieverf ging werken.

 

Mieke de Haan schildert in Museum Gouda

Mieke de Haan schildert in Museum Gouda tot 4 juni 2017. Iedere donderdag- en zondagmiddag van 12 tot 17 uur schildert Mieke de Haan in zaal 14 van Museum Gouda. Museumbezoekers kijken over haar schouders mee hoe haar schilderijen ontstaan.

Mieke de Haan schildert in Museum Gouda - foto Museum Gouda
Mieke de Haan schildert in Museum Gouda – foto Museum Gouda
Mieke de Haan schildert in Museum Gouda

Om haar heen hangt recent werk. Daarin gaat het om tijd en ruimte. Dimensies die zij op geheel eigen wijze met elkaar verweeft. Uitgangspunt zijn oude kantoren, fabrieken of huizen die ze in Berlijn aantrof. Op het eerste gezicht lege en stille ruimten. Evenwel is het verleden voor Mieke nog aanwezig. In haar schilderijen klinkt in de architectuur die door de mens is verlaten, toch het kabaal van machines en vermengt zich het daglicht met het kunstlicht van destijds.

Erasmusboek

Een intrigerend spel met de tijd ligt ook ten grondslag aan haar Erasmusboek. Dat heeft letterlijk een centrale plek in de tentoonstelling gekregen. Ze tekende dit boek in het Erasmusjaar 2016. De 56 opvallend verschillende tekeningen/schilderingen doen verslag van de woordeloze gesprekken die ze met Erasmus voerde. Immers Erasmus stelde al: ‘Afstand scheidt enkel de lichamen, niet de geesten.’ Mieke de Haan: “Erasmus en ik, we hadden een goede tijd samen. We sprongen van de hak op de tak, diepten soms een onderwerp grondig uit, stelden elkaar lastige vragen, formuleerden zoekend onze antwoorden, waren het hartgrondig met elkaar eens of oneens, hielden elkaar een spiegel voor en waren soms ook samen stil.”

Elke zondag slaat zij om 16 uur een pagina van het ‘Erasmusboek’ om en bladert zij er voor belangstellenden doorheen

Op andere momenten is de bezoeker aangewezen op de digitale versie van het Erasmusboek. Daarin komen de tekeningen ook prachtig tot hun recht door het licht van het beeldscherm. Meer dan in de ruimte/tijdschilderijen ervaar je in deze Erasmustekeningen de menselijke gevoelens. In veel tekeningen is de mens herkenbaar aanwezig. Handen, armen, een torso. Mieke de Haan weet met enkele lijnen en vormen de mens als een emotioneel wezen neer te zetten. Haar gesprek met Erasmus gaat vooral over kwetsbaarheid, verlangen naar vriendschap of meer. Vaak kolkt het. De lijnen en kleuren stromen over het papier.  Dan ervaart ook de toeschouwer het plezier dat de twee samen gehad hebben. Maar soms is het klein en ingetogen. Zie je slechts zwarte lijnen omgeven door heel veel wit, of juist zwart. Ingetogen, maar indringende beelden.

Meer over Mieke de Haan.

Meer over Erasmus.

Hollands meisje aan het ontbijt eenzaam in eregallerij

Hollands meisje aan het ontbijt eenzaam in eregallerij. Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits noemt haar het ‘Melkmeisje van de achttiende eeuw’. Tot maart toont hij haar in de eregallerij naast het echte Melkmeisje van Johannes Vermeer uit de zeventiende eeuw.

Hollands meisje aan het ontbijt eenzaam in de eregallerij van het Rijksmuseum. Het publiek verdringt zich voor het Melkmeisje en de Lezende vrouw in het blauw van Johannes Vermeer.
Hollands meisje aan het ontbijt eenzaam in eregallerij van het Rijksmuseum. Het publiek verdringt zich voor het Melkmeisje en de Lezende vrouw in het blauw van Johannes Vermeer.
Hollands meisje aan het ontbijt eenzaam in eregallerij

Veel belangstelling is er echter niet voor het Hollands meisje aan het ontbijt uit 1755 van Jean-Étienne Liotard. Het publiek verdringt zich voor het echte Melkmeisje en de Lezende vrouw in het blauw. Beide scheppingen van Johannes Vermeer sprankelen beduidend meer dan het ontbijtende meisje. Liotard schilderde haar bijna honderd jaar later in sobere kleuren bruin, groen en ecru. Een enkele bezoeker werpt wel een blik op de tekst op de muur naast haar. Die benadrukt het belang van het Hollands meisje aan het ontbijt. Toch neemt bijna niemand de moeite het ontbijtende meisje goed te bekijken.

Ode aan de eenvoud

Jean-Étienne Liotard schilderde het tafereeltje tijdens een verblijf in Nederland. Hij was opgeleid tot miniatuurschilder in zijn geboortestad Genève, maar had zijn naam gevestigd als portretschilder en tekenaar. Hij reisde heel Europa door om vorsten, hun familieleden en edellieden te portretteren. Na al die pracht en praal maakte de Hollandse soberheid indruk op Liotard. Met zijn Hollands meisje aan het ontbijt brengt hij een ode aan de eenvoud. Hij liet zich daarbij inspireren door het genretafereel. Dat was een uitvinding van de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw. Johannes Vermeer en Pieter de Hooch waren de meest vooraanstaande meesters in dit genre.

Pijnlijk netjes

Wellicht heeft Liotard schilderijen van Vermeer gezien. Net als Vermeer beeldt hij het meisje af volledig geconcentreerd op de handeling die ze verricht. Haar rechterhand aan het kraantje van de koffiekan. De jurk met een smal lijfje en wijde rok en vooral het mutsje, maken duidelijk hoe, bijna pijnlijk, netjes, deze jonge vrouw en haar huiselijke omgeving zijn. Geen kruimeltje of vlekje is er op het glanzend blauwe tafelblad te zien. Daardoor is het voor de hedendaagse toeschouwer bijna allemaal te netjes. Het ontbijtende meisje is te stijfjes om zomaar even bij aan te schuiven. Daar zit het grote verschil met de meiden van Vermeer. Die trekken je aan al gaan ze helemaal op in wat ze doen. Het echte Melkmeisje heeft power! Daar kan het ‘Melkmeisje van de achttiende eeuw’ niet tegenop. Daarom blijft het Hollands meisje aan het ontbijt eenzaam in de eregallerij.

Check De meiden van Vermeer achterna

Meer over Hollands meisje aan het ontbijt

Eerste aankoop Dibbets

Het schilderij was de eerste grote aankoop van Dibbits als directeur van het Rijksmuseum. In december 2016 nam het Rijksmuseum het Hollands meisje aan het ontbijt over van een Britse adellijke familie.

Laatste kans om Amor te zien

Laatste kans om Amor te zien! De tentoonstelling Vleiend penseel – Caesar van Everdingen (1616/1617-1678) in het Stedelijk Museum Alkmaar is nog te zien tot en met zondag 22 januari 2017.

Laatste kans om Amor te zien! De liefdesgod Amor, ook wel Cupido genoemd, met een glazen bol, geschilderd door Caesar van Everdingen.
Laatste kans om Amor te zien! De liefdesgod Amor, ook wel Cupido genoemd, met een glazen bol, werd geschilderd door Caesar van Everdingen. Dit schilderij zou Johannes Vermeer hebben geïnspireerd.

Daar hangt ook een schilderij met de jonge liefdesgod Amor, ook wel Cupido genoemd. Dit altijd blote zoontje van Venus, figureert ook op schilderijen van Johannes Vermeer. De inspiratie ervoor zou Vermeer gehaald hebben uit dit schilderij van Van Everdingen. Wellicht heeft hij het schilderij zelfs in zijn bezit gehad, of was het eigendom van zijn schoonmoeder Maria Thins .

Meer over Johannes Vermeer vind je in De meiden van Vermeer achterna.

Laatste kans om Amor te zien

Bij Vermeer is Amor het meest prominent aanwezig op De staande virginaalspeelster. Op de muur achter haar hangt een groot schilderij van de jongen met zijn boog. In plaats van de glazen bol, houdt hier echter een speelkaart omhoog.

Staande virginaalspeelster geschilderd door Johannes Vermeer rond 1670-1673
Staande virginaalspeelster geschilderd door Johannes Vermeer rond 1670-1673 met een Amor naar het schilderij van Ceasar van Everdingen.
Perfectus amor non et nisis ad unum

Dit beeld lijkt daardoor meer op de prent in het in Antwerpen in 1608 gedrukte boek Amorum Emblemata van Otto van Veen. Daarop houdt Amor een houten bordje omhoog met het Romeinse cijfer I. De bijbehorende spreuk luidt: ‘Perfectus amor non et nisis ad unum’. Ofwel: Volmaakte liefde is er slechts voor één.

Amor houdt een bordje met een Romeinse I omhoog: perfecte liefde kan er slechts voor een zijn.
Amor houdt een bordje met een Romeinse I omhoog: volmaakte liefde kan er slechts voor één zijn. Uit Amorum Emblemata van Otto van Veen, 1608.
Eén of blanco

Maar het is merkwaardig dat op de speelkaart die Amor omhoog houdt bij Vermeer niet het cijfer 1 staat afgebeeld. Amor heeft een blanco kaart in zijn hand. Vergat Vermeer het cijfer? Of wilde hij er een heel andere betekenis aangeven? Namelijk dat de liefde een gok is, net zoals het kaartspel.

Amor keert steeds terug

Amor keert stelselmatig terug bij Vermeer. Ook op het schilderij van het Slapend meisje uit zijn beginjaren, circa 1657, zou het schilderij van Amor te zien zijn. En ook op dat van het Meisje gestoord bij het musiceren uit circa 1658-1661 figureert het in de achtergrond. Op beide schilderijen is het echter nu nauwelijks nog te ontwaren. Moderne technieken hebben aangetoond dat Vermeer het schilderij met Amor ook schilderde op de muur achter het Meisje dat leest bij het open raam uit circa 1657-1659. Hier besloot hij echter het over te schilderen ten gunste van een rustiger beeld met een lege muur.

Meer over Johannes Vermeer vind je in De meiden van Vermeer achterna.