Categorie archief: Gezien en gehoord

Recensies van concerten, voorstellingen en tentoonstellingen

De muziekles van Johannes Vermeer met een foutje

‘De muziekles’ van Johannes Vermeer, de Vermeer met een foutje, is even terug in Nederland. De Engelse koningin leent het schilderij uit, samen met andere Hollandse meesters uit haar collectie, aan het Mauritshuis voor de tentoonstelling ‘Hollanders in huis – Vermeer en tijdgenoten uit de Britse Royal Collection’.

Met de schilderijen kwam ook de Hertogin van Cambridge, bekender als hertogin Kate, of kortweg Kate, gistermiddag 11 oktober op bezoek. Zij studeerde kunstgeschiedenis aan de University of St Andrews. Of zij het foutje van Vermeer ook heeft opgemerkt? Meestal kijken mensen er overheen.

De muziekles van Johannes Vermeer, de Vermeer met een foutje, uitgeleend door de Engelse koningin aan het Mauritshuis voor Hollanders in huis. Royal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II 2016
De muziekles van Johannes Vermeer, de Vermeer met een foutje, uitgeleend door de Engelse koningin aan het Mauritshuis voor de tentoonstelling ‘Hollanders in huis’.
Royal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II 2016
De muziekles

Vermeer schilderde ‘De muziekles’ rond 1660-1663, ongeveer halverwege zijn carrière. In een kamer waarin zacht daglicht valt door glas-in-loodramen, speelt een vrouw op een virginaal, voorloper van het klavecimbel. Een jonge man, eveneens fraai gekleed, luistert aandachtig naar de muziek met een arm losjes op het instrument leunend. Het tafereel ademt een en al harmonie uit. Vrouw en man zijn ongetwijfeld geliefden. De muziek verbindt hen. Op het virginaal staat MVSICA LETITIAE CO[ME]S MEDICINA DOLOR[VM], ofwel ‘muziek is een metgezel van vreugde, een medicijn tegen verdriet’.

Lees verder De muziekles van Johannes Vermeer met een foutje

Stapels goudstukken voor De Nachtwacht van de 16e eeuw

De Nachtwacht van de 16e eeuw helemaal bedekt met goud. Stapels goudstukken! De keizer van het Heilige Roomse Rijk, Rudolf II, bood in 1602 zoveel goudstukken als nodig om Het Laatste Oordeel dat Lucas van Leyden schilderde in 1526-1527, te bedekken. Hoeveel stapels goudstukken dat zijn geweest? Dat laat zich raden. Het drieluik heeft de imponerende afmetingen van 4,3 meter breed bij 3 meter hoog. Maar het stadsbestuur van Leiden zwichtte niet voor het grote geld. Het schilderij bleef in Leiden.

De Nachtwacht van de zestiende eeuw, Het laatste oordeel van Lucas van Leyden, waarvoor stapels goudstukken zijn geboden door de keizer Rudolf II van het Heilig Roomse Rijk in 1602
De Nachtwacht van de zestiende eeuw, Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden, waarvoor stapels goudstukken zijn geboden, komt aan in de eregalerij van het Rijksmuseum eind augustus 2016.
Foto: Olivier Middendorp
Met stapels goudstukken bedekt

Deze geschiedenis over de waarde van kunst doet modern aan. Het is goed te realiseren dat ook in het verre verleden beseft werd dat de waarde van kunst niet altijd in geld is uit te drukken. Zeker in 2016. Het jaar waarin de Nederlandse staat de helft van de 160 euro neerlegt voor de aankoop van twee Rembrandts.

Goud of kunst

In Leiden had men al vroeg in de gaten dat het werk van stadsgenoot Lucas van Leyden een unieke waarde had. Van Leyden had immers grote invloed op de ontwikkeling van de kunst. Toch was de verleiding van het goud groot. Net als nu ijverden echter kunstenaars en intellectuelen voor het behoud van het unieke schilderij van Lucas van Leiden. De schrijver van het toonaangevende boek over schilderkunst, Carel van Mander,  betoogde dat de waarde van dit Laatste Oordeel ver uit steeg boven die van de stapels goudstukken.

Lees verder Stapels goudstukken voor De Nachtwacht van de 16e eeuw

De Nachtwacht van de zestiende eeuw

De  Nachtwacht van de zestiende eeuw is Het Laatste Oordeel dat Lucas van Leyden in 1526-1527 schilderde als altaarstuk voor de Pieterskerk in Leiden. Volgens kunsthistorici is het belang van dit schilderij voor de kunstgeschiedenis gelijk aan de Nachtwacht van Rembrandt een eeuw later.

De Nachtwacht van de zestiende eeuw: het drieluik met het Laatste Oordeel geschilderd door Lucas van Leyden in 1526-1527 is nu te zien in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam.
De Nachtwacht van de zestiende eeuw, het drieluik met het Laatste Oordeel geschilderd door Lucas van Leyden in 1526-1527 is nu te zien in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam.

De Nachtwacht van de zestiende eeuw

Aan de heldere  en kleurrijke voorstelling van de Dag des Oordeels van Lucas van Leyden loop je niet snel voorbij. Het schilderij met de imponerende afmetingen van 4,3 meter breed bij 3 meter hoog wemelt van de naakten.  Toch genieten schilderij en schilder bij lange na niet de bekendheid van Rembrandt en zijn Nachtwacht van ruim een eeuw later. Daarin komt echter verandering nu dit drieluik voor twee jaar staat opgesteld in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam. Museum De Lakenhal in Leiden leent Het Laatste Oordeel uit omdat het museum twee jaar dichtgaat voor renovatie en uitbreiding.

Wegbereider renaissance

De directeuren van beide musea zijn opgetogen over deze samenwerking. Taco Dibbits van het Rijksmuseum onderstreept het belang van Het Laatste Oordeel. “De invloed van Van Leyden op de kunstgeschiedenis is gelijk aan die van Rembrandt. Van Leyden is met Albrecht Dürer de wegbereider van de renaissance in het noorden van Europa.” Meta Knol, directeur van De Lakenhal, wijst erop dat Het Laatste Oordeel met gemak de concurrentie aan kan met de andere topstukken in de eregalerij. “Het is een sprankelend kunstwerk door de lichte, heldere kleuren dat met de vele naakten en gepersonifceerde gezichten heel gewaagd en vernieuwend is.”

Lees verder De Nachtwacht van de zestiende eeuw

Zeldzame regenbui nabij Gouda

‘Regenbui nabij Gouda’ is de nieuwste aanwinst van Museum Gouda. Dit schilderij van Willem Roelofs uit 1885-1890 is een zeldzaam voorbeeld van een geschilderd landschap in de regen. Regen vormt namelijk een schilderkunstige uitdaging van de eerste orde. Hoe de vallende, doorzichtige waterdruppels in verf te vatten?

Regenbui nabij Gouda,1885-1890, van Willem Roelofs is een van de weinige schilderijen waarop het regent.
Regenbui nabij Gouda,1885-1890, van Willem Roelofs is een van de weinige schilderijen waarop het regent. Museum Gouda verwierf het recent.
Regenbui nabij Gouda

‘Regenbui nabij Gouda’ toont het weidse polderlandschap met zwartbont vee en een sloot en houten bruggetje op de voorgrond. Aan de linkerkant van het schilderij is de hoosbui losgebarsten. Dat verbeeldde Roelofs overtuigend door de donkergrijze wolken over te laten gaan in de bosschages op de achtergrond.  Het grijs in verschillende tinten schilderde hij met krachtige, schuine halen van zijn kwast. De structuur die daardoor ontstond, suggereert beweging. We zijn het regengordijn dat over het polderland schuift. Aan de rechterkant vallen alleen nog de eerste spetters. We zien de weiden tot aan de horizon in het laatste licht. Weldra zal de grijze wolkenmassa ook dit uitzicht op het landschap aan het oog onttrekken.

Lees verder Zeldzame regenbui nabij Gouda

Beter één Bosch voor jezelf dan twintig in Den Bosch

Niet in ‘s-Hertogenbosch maar in Lissabon zag ik De verzoeking van de heilige Antonius geschilderd door Jeroen Bosch rond 1500. Dit topstuk van de middeleeuwse Hollandse schilder ontbreekt op de grote overzichtstentoonstelling in het Noord-Brabants Museum. Dat is jammer voor de bezoekers daar, maar fijn voor die van het Museo de Arte Antiga. Beter één Bosch voor jezelf dan twintig met horden museumbezoekers ervoor.

De Verzoeking van Antonius, Jeroen Bosch ca. 1500 in Museu Nacional de Arte Antiga.
Een bezoeker voor de Verzoeking van Antonius, Jeroen Bosch ca. 1500 in Museu Nacional de Arte Antiga in Lissabon.

Of je loopt tegenwoordig in Nederlandse musea nagenoeg alleen, of je schuifelt in file om wat glimpen van het tentoongestelde op te vangen tussen schouders en hoofden door. Blockbusters moet het museum organiseren of het kan de deuren sluiten! Dat is de werkelijkheid sinds cultuurinstellingen worden afgerekend op het aantal bezoekers dat ze weten te trekken. Gewillig laat het publiek zich leiden. Als je nog mee wilt tellen als geciviliseerd burger, moet je toch kunnen zeggen dat je er geweest ben, of de kaartjes al geboekt hebt.

Lees verder Beter één Bosch voor jezelf dan twintig in Den Bosch

Erasmus Ik wijk voor niemand

‘Erasmus Ik wijk voor niemand’ is de titel van de tentoonstelling over Erasmus in Museum Gouda ter gelegenheid van het Erasmusjaar 2016. Een titel die arrogant en nogal gelijkhebberig klinkt. Dat zijn niet de kwalificaties die je verwacht bij Erasmus, Europees kampioen van het humanisme.

Poster tentoonstelling met Milo Schoenmaker, burgemeester van Gouda, onder de muts van Erasmus. (foto Museum Gouda)
Poster bij de  tentoonstelling over Erasmus  met Milo Schoenmaker, burgemeester van Gouda, onder de muts van Erasmus. (foto Museum Gouda)
Lijfspreuk

Toch was dit ‘Ik wijk voor niemand’ de lijfspreuk van Erasmus (1466-1536). De tekst stond in het Latijn, ‘Concedo nulli’, te lezen in het zegel waarmee hij zijn brieven sloot. Het gezegde ‘Concedo nulli’ was oorspronkelijk gekoppeld aan de Romeinse god van de grenzen Terminus. Die wilde op de berg van de goden, het Capitool, zelfs niet wijken voor de oppergod Jupiter.

Hoogmoed

Diegenen die Erasmus minder goed gezind waren, zagen zijn motto ‘Concedo nulli’ als een uiting van hoogmoed.  Alsof Erasmus zelf deze uitspraak deed. Erasmus legde daarop uit dat ‘Concedo nulli’ niet op hem, maar op de dood sloeg. Die wijkt voor niemand. Net als ‘Memento mori’ herinnert zijn ‘Concedo nulli’ aan de sterfelijkheid van de mens en vooral eraan dat die zich tegenover God zal moeten verantwoorden. Dat sloot aan bij de kritiek van Erasmus op het instituut kerk welke hij verweet geen oog te hebben voor de oorspronkelijke boodschap van Christus.

Vergissing

Erasmus kwam tot zijn lijfspreuk door een cadeau dat hij 1509 kreeg van Alexander Stewart, de zoon van de Schotse koning Jacob IV. Die had hij privélessen gegeven. Als dank ontving Erasmus een ring met een oude, gesneden steen met een afbeelding van de Romeinse god Terminus. Althans dat meende Erasmus. Tegenwoordig wordt in de afbeelding de god van de wijn Dionysos gezien.

Erasmustentoonstelling

Gouda is de stad waar Erasmus opgroeide. Samen met Basel in Zwitserland, waar hij stierf,  heeft Gouda 2016 uitgeroepen tot het Erasmusjaar omdat het precies vijfhonderd jaar geleden zijn levenswerk uitkwam, het ‘Novum Instrumentum’: een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament met daarbij de oorspronkelijke Griekse tekst.

De tentoonstelling ‘Erasmus Ik wijk voor niemand’ is tot en met 26 juni 2016 te zien in Museum Gouda. Op de website Erasmus2016 is het gehele programma van het Erasmusjaar 2016 te vinden.

Ter gelegenheid van het Erasmusjaar 2016 verscheen ook een bundel met jeugdgedichten van Erasmus geschreven in Gouda. Meer hierover in mijn eerdere bericht ‘U die hier langs loopt, sta stil en lees deze verzen’.

 

Zes Goudse jeugdverzen van Erasmus: de eerste uitgave

‘U die hier langs loopt sta stil en lees deze verzen’

Zes Goudse jeugdverzen van Erasmus zijn bijeen gebracht in de bundel ‘U die hier langs loopt sta stil en lees deze verzen’. Dit is de eerste uitgave van deze zes jeugdverzen die Erasmus ruim 500 jaar geleden schreef in Gouda.

De publieksuitgave van de bundel met zes jeugdverzen van Erasmus uit zijn Goudse tijd.
De publieksuitgave van de bundel met zes jeugdverzen van Erasmus uit zijn Goudse tijd.

De titel verwijst naar de eerste zin van een grafschrift dat Erasmus (ca. 1466-1536) dichtte voor Bertha van Heyen, een rijke weduwe in Gouda. Zij fungeerde als een tweede moeder voor hem nadat hij wees was geworden. In 1490 overleed zij. Naar Romeins voorbeeld liet Erasmus de grafsteen de voorbijganger aanspreken om die te vertellen over de deugden van degene die in het graf ligt.

Naast twee grafschriften bevat de bundel ook vier gedichten van Erasmus naar voorbeelden van dichters uit de klassieke oudheid als de Griekse dichter Theocritus en de Romein Vergilius. De gedichten illustreren dat de jonge Erasmus al een grote kennis had van de klassieke geschriften en tonen hem als een romanticus pur sang. Hij schreef gepassioneerd over onbeantwoorde liefde, blijdschap en vooral verdriet dat een mens vroeg oud maakt. Het wordt overigens niet helemaal duidelijk of zijn liefde nu een vrouw of een man betreft.

Eerste uitgave zes Goudse  jeugdverzen Erasmus

‘U die hier langs loopt sta stil en lees deze verzen’ is de eerste uitgave van deze zes gedichten die Erasmus schreef rond zijn twintigste jaar. Dat de uitgave juist in Gouda verscheen, is geen toeval.  Erasmus schreef ze  waarschijnlijk daar rond 1487.
Gouda heeft een bijzondere band met Erasmus. De vader van Erasmus was pastoor in Gouda en zijn moeder was de huishoudster van deze pastoor. Hij was dus een buitenechtelijk kind. De Goudse historicus Renier Snooy (1478-1537) stelde dat Erasmus in Gouda zou zijn geboren. Zelf gaf Erasmus zich de achternaam ‘Van Rotterdam’. Daarom wordt die stad aangehouden als zijn geboorteplaats, maar zeker is dat hij in Gouda voor het eerst naar school ging en dat zijn maatschappelijke carrière er begon in 1487, het jaar dat hij intrad in het klooster Stein, even buiten Gouda aan de IJsseldijk naar Haastrecht.

Het Goudse handschrift

In het klooster Stein schreef hij hoogstwaarschijnlijk ook deze gedichten en daar bleef ook het handschrift bewaard waaruit we vier van deze zes jeugdverzen kennen. Dat handschrift is niet door Erasmus zelf geschreven, maar waarschijnlijk door een bevriende collega-monnik in het klooster Stein. Die schreef de gedichten van Erasmus over en dit zogenoemde ‘Goudse handschrift’ bleef er bewaard in de kloosterbibliotheek. Doordat die rond 1640 geconfisqueerd werd door Gouda, het gevolg van de reformatie, kwam het handschrift met andere boeken uit de kloosterbibliotheek van Stein in de stadslibrije van Gouda. Tegenwoordig behoort die tot het Streekarchief Midden-Holland.

De twee andere verzen, de grafschriften, komen uit een handschrift dat zich nu bevindt in de Universiteitsbibliotheek in Tilburg. Dat is geschreven in 1570 door de humanist Petrus Opmeer (1526-1595). Hij schreef het over van een handschrift uit het klooster Stein, waarschijnlijk dus het Goudse handschrift, of een kopie ervan. Dit Tilburgse handschrift is in bezit geweest van Petrus Scriverius (1576-1660) en wordt daarom het Scriveriushandschrift genoemd.

Eerste Nederlandse vertaling

Hoewel ‘U die hier langs loopt sta stil en lees deze verzen’ dus een sterk Gouds karakter heeft, reikt het belang van de bundel veel verder dan Gouda. Voor het eerst heeft een groot publiek de mogelijkheid om kennis te nemen van de gedichten doordat die nu voor het eerst in hedendaags Nederlands zijn vertaald. De jeugdige Erasmus schreef al in het Latijn.

Wat het boek extra interessant maakt, zijn de afbeeldingen van de twee handschriften  met de gedichten uit de zestiende eeuw. Dat brengt de lezer dicht bij de wereld en de taal van Erasmus. Bovendien biedt het deskundigen de mogelijkheden om de gedichten in hun oorspronkelijke gedaante te lezen en om de vertaling te checken aan het Latijnse origineel.

Het bijzondere karakter van het boek wordt versterkt door twee portretten van Erasmus, twee linosneden van de hand van kunstenaar Ursula Steenaart, die aan de gedichten vooraf gaan.

Vier Goudse organisaties werkten samen om deze uitgave van zes Goudse jeugdverzen van Erasmus te realiseren: het Erasmus Genootschap Gouda, de Drukkerswerkplaats Gouda, het Streekarchief Midden-Holland en de groep Latijn van Gouda op Schrift. Deze laatste verzorgde de eerste Nederlandse vertaling van de door Erasmus in het Latijn geschreven gedichten.

‘U die hier langs loopt sta stil en lees deze verzen’ is te verkrijgen via de boekhandel, de vier hierboven genoemde organisaties, of via cti@marccouwenbergh.nl

Van ‘U die hier langs loopt sta stil en lees deze verzen’ verschijnt ook een bibliofiele uitgave van vijftig stuks, afgewerkt in hoogdruk, met tekst gezet en gedrukt met losse loden letters op de antieke persen in de Goudse Drukkerswerkplaats.

Meer over Erasmus in Gouda in mijn bericht Erasmus Ik wijk voor niemand.

 

Leen Muller: tussen kunst en commercie

Leen Muller (1879-1969) bepaalde bijna vier decennia lang het artistieke gezicht van de Goudse Plateelbakkerij Zuid-Holland. Hij was een van de weinigen die zich in de plateelindustrie  staande wist te houden op het snijvlak van kunst en commercie. Over hem is nu de monografie verschenen  Leen Muller en de Plateelbakkerij Zuid-Holland . Het boek is een initiatief van kleinzoon Frits Muller en uitgegeven door Uitgeverij Primavera. In Museum Gouda is de  gelijknamige tentoonstelling te zien tot 15 januari 2017. 

Vaas met salamander, ontwerp van Leen Muller, uitgevoerd bij de Plateelbakkerij Zuid-Holland. (foto Museum Gouda)

Vaas met salamander, ontwerp van Leen Muller, uitgevoerd bij de Plateelbakkerij Zuid-Holland. (foto Museum Gouda)

Gouds plateel anders

Het succes van het plateel, het sier- en gebruiksaardewerk, stagneerde tegen 1920. Vooral van de kant van kunstenaars en ontwerpers klonk er kritiek. Het ooit geheel ambachtelijk vervaardigde plateel was verworden tot een massaproduct van dertien in een dozijn. Plateelfabrieken nodigden daarop kunstenaars uit om ontwerpen voor hen te maken, zowel wat de modellen betreft, als de decoraties.

De NV Plateelbakkerij Zuid-Holland, een belangrijke actor in de plateelindustrie, zette in 1920 de afdeling Kunstnijverheid op om het kwaliteitsniveau van hun plateel te verhogen. Leen Muller werd aangesteld als het hoofd van deze nieuwe afdeling. Hij was bij de Zuid-Holland  begonnen als achttienjarige plateelschilder in 1898, het jaar van de oprichting van het bedrijf. Rond 1910 was hij er al opgeklommen tot ontwerper.

Lees verder Leen Muller: tussen kunst en commercie

Sabreren geeft extra cachet aan champagne

Met het blanke sabel de champagne ontkurken

‘Sabreren’ is de kunst van het openen van een champagnefles met het blanke sabel, in het Frans le sabre. Het verhaal wil dat het sabreren begon bij de Slag om Smolensk in 1812. Onduidelijk is of het een cavalerist van Napoleon was die zijn sabel gebruikte om een champagnefles te ontkurken, of dat het juist kozakken waren uit het leger van de tsaar die een voorraad champagne van Napoleon hadden veroverd. In ieder geval werd het sabreren de manier bij de Franse cavalerie om champagneflessen te openen. Op de video hiernaast zie je een perfect uitgevoerde sabrage tijdens ‘Proeven uit het vat’ georganiseerd door John en Wilma Huisman van wijngoed De Reestlandhoeve bij Neerlands Wijnmakerij in Bentelo op 23 januari 2016.

De met het blanke sabel afgeslagen kop van de champagnefles met de kurk er nog in: een perfect uitgevoerde sabrage.
De met het blanke sabel afgeslagen kop van de champagnefles met de kurk er nog in: een perfect uitgevoerde sabrage.
De kunst van het sabreren

Inmiddels is het sabreren een cultus! Er zijn speciale sabreersabels en cursussen om het sabreren te leren. De truc is om met enige kracht met de botte kant van het sabel te stoten tegen de onderrand van de flesopening waarin de kurk geklemd zit. Door de stoot breekt de flesopening met kurk en al af. De druk in de fles zorgt ervoor dat eventuele glasspinters wegvliegen en dus niet in de champagne komen.

Don’t try this at home

Hoewel het sabreren vooral een kwestie van doen is, vergt het wel enige oefening en voorbereiding. Zet de fles zeker twee uur van te voren recht op in een koeler zodat de temperatuur rond de 6° komt.

Na die twee uur verwijder je het muselet, het ijzeren draadkapje rond de kurk, door  de uiteinden met rondjes zes slagen los te draaien. Zorg daarbij dat de kurk al niet los komt. Verwijder ook het zilverpapier rond de hals van de fles.

Pak de fles vervolgens aan de onderkant vast en houd die in zo’n 30° tot 45° van je af. En zorg ervoor dat de flesopening ook niet naar omstanders wijst. Voel met je vinger waar de naad in het glas zit. Draai de fles zo in je hand dat de naad boven ligt.

Neem in de andere hand het sabel en leg dat tegen de onderrand van de fles. Laat het sabel nu rustig over de fles naar beneden glijden en weer terug. Herhaal dit een paar keer om te voelen dat er geen oneffenheden zijn en om de beweging te oefenen. Dit verhoogt ook de spanning bij het publiek.

En dan voer je de sabrage uit! Proost!

Heb je de slag te pakken dan blijft de grootste onzekere factor bij elke sabrage de kwaliteit van de fles. Een onregelmatigheid in het glas kan ervoor zorgen dat de fles breekt. De temperatuur van de fles en van de champagne speelt ook een rol. Een lage temperatuur maakt dat de fles makkelijker breekt; een hoge temperatuur zorgt voor meer druk in de champagnefles. Die bedraagt al zo’n 6 bar. Ter vergelijk: de spanning in een autoband varieert rond de 2,5 bar.

Eigenzinnige Spaanse meesters voor het eerst in Nederland te zien

Spaanse schilders uit voorbije eeuwen zijn nauwelijks vertegenwoordigd in Nederlandse musea. De tentoonstelling Spaanse Meesters in de Hermitage in Amsterdam, te zien tot 29 mei 2016, biedt de unieke mogelijkheid om dichtbij huis kennis te maken met de Spaanse schilderkunst . Vooral die uit de Spaanse Gouden Eeuw, de zestiende en zeventiende eeuw, fascineert door het eigen Spaanse karakter vol spiritualiteit en dramatiek. De heftigheid maakt de Spaanse meesters zo anders dan die van onze eigen Gouden Eeuw, dat de Hollandse toeschouwer wel even moet wennen.

Affiche van de tentoonstelling Spaanse Meesters in de Hermitage Amsterdam. (foto Hermitage Amsterdam)
Affiche van de tentoonstelling Spaanse Meesters in de Hermitage Amsterdam met het hoofd in profiel geschilderd door Velázquez. (foto Hermitage Amsterdam)

 

Dramatiek en religie

In een wit, vliesdun gewaad dat eerder de rondingen van haar lichaam accentueert dan bedekt, plaatste de Spaanse schilder Francisca Ribalta (1565-1628) de gevangengenomen Heilige Catharina ten voeten uit, van de boven- tot de onderrand op het schilderij dat hij over haar martelaarschap maakte in 1599. Haar gezicht is omhoog gedraaid naar de engel die haar komt redden. Devotie met een vleugje erotiek tref je vaker aan bij de Spaanse meesters. Catharina is omgeven door licht dat met de engel uit de hemel neerdaalt. De rest van het tafereel is in schaduw gehuld. Op de achtergrond trekt toch een afschuwelijk gezicht onmiddellijk de aandacht, omdat ook daarop net licht valt. Een wijd opengesperde mond en ogen die bijna uit hun kassen puilen, terwijl het gezicht al grijs kleurt. Een man wordt verpletterd door een stuk van een groot, gebroken houten rad met spijkers. Zijn metgezel tracht te vluchten voor de wraak van de engel. Ribalta toont zonder enige terughoudendheid de rauwe werkelijkheid van de marteldood die bestemd was voor de Heilige Catharina. Door ingrijpen van God bleef zij vooralsnog gespaard en ondergingen de beulen haar lot.

Naar Caravaggio

Ribalta was een van de eerste Spaanse meesters die besefte hoe je de dramatiek van een voorstelling kunt verhogen door een uitgekiend contrast van donker en licht. Dat deed hij naar voorbeeld van Italiaanse schilders als Caravaggio. Dat extra aan dramatiek werd hooglijk gewaardeerd. De Spaanse schilderkunst was nauw verbonden met de katholieke kerk en de Spaanse koning. Een dramatische verbeelding van de verhalen van de martelaren zagen die als een probaat middel om het geloof van de gelovigen te versterken en afvalligen te tonen dat Gods straf degelijk was. De schilderkunst werd ingezet in de verbeten strijd die Spanje vooral onder leiding van Filips II (1527–1598) in de zestiende eeuw voerde om het katholicisme te laten zegevieren over het opkomende protestantisme. Met het goud en zilver dat toestroomde uit Amerika bekostigde Filips ook de bouw en decoratie van El Escorial, het enorme paleis annex kloostercomplex dat in al zijn soberheid en grimmigheid symbool was van de eenheid van kerk en staat.

Lees verder Eigenzinnige Spaanse meesters voor het eerst in Nederland te zien