Categorie archief: Gezien en gehoord

Recensies van concerten, voorstellingen en tentoonstellingen

La voix humaine van Jean Cocteau: de ultieme afscheidsmonoloog

‘Met La voix humaine schreef Jean Cocteau de ultieme afscheidsmonoloog.’ Zo introduceert Toneelgroep Amsterdam deze toneelmonoloog van Jean Cocteau uit 1928. Het is het laatste telefoongesprek dat een vrouw voert met haar geliefde die haar verlaten heeft voor een ander. We horen alleen wat zij zegt.

Halina Reijn in La Voix Humaine van Jean Cocteau bij Toneelgroep Amsterdam.
Halina Reijn in La Voix Humaine van Jean Cocteau bij Toneelgroep Amsterdam.

Niet alleen haar ex kan elk moment ophangen, ook een storing of een fout van een telefoniste bedreigen het telefoongesprek dat haar laatste lijntje is met de man die nog altijd haar grote liefde is.

Aanvankelijk doet ze alsof ze ondanks de scheiding haar leven gewoon voortzet, maar gaandeweg krijgt haar radeloosheid de overhand. Ze beseft dat heel haar leven om hem draaide. Met zijn vertrek is haar wereld volkomen leeg. De wanhoop en het verdriet overweldigen haar.

Wat zijn aandeel is, kun je alleen opmaken uit haar reacties. Soms lijkt ze hem rechtstreeks te antwoorden, maar het kan ook zijn dat zij negeert wat hij zegt, of dat zijn woorden niet tot haar doordringen. Wel is duidelijk dat wat zij van hem wil horen, namelijk dat hij bij haar terugkomt, hij dat niet zegt. Maar zolang het gesprek duurt, heeft ze hoop en kan ze zich even wanen in de situatie alsof ze nog gewoon bij elkaar zijn. De angst voor het einde van het gesprek gaat echter steeds zwaarder wegen.

Halina Reijn speelt de monoloog in een regie van Ivo van Hove. Voor deze vertolking is ze terecht overladen met roem. Maar ook de enscenering van Jan Versweyveld versterkt de sfeer van eenzaamheid. Het publiek kijkt door een groot raam in een leeg appartement. Een beeld dat associaties oproept met schilderijen van Edward Hopper als het beroemde Nighthawks. Je ziet de vrouw alleen als ze zich voor het raam bevindt. Zolang dat dicht is, klinkt haar stem gedempt. Als ze het raam openschuift, hoor je ook het rumoer van de grote stad inclusief een gillende sirene. Een huiveringwekkende voorbode van het onvermijdelijke.

Selfies maken bij ‘selfies uit de Gouden Eeuw’

Gefronste wenkbrauwen, rimpels in het voorhoofd, verbaasd kijkt Huygh Voskuyl over zijn schouder je indringend aan. Dit zelfportret uit ongeveer 1638 oogt als  een selfie uit de Gouden Eeuw.  Het is het beeldmerk van Hollandse Zelfportretten – Selfies uit de Gouden Eeuw. Een verrassende tentoonstelling die uitnodigt om ook in de spiegel te kijken en om selfies te maken. Te zien tot 4 januari 2016 in het Mauritshuis, Den Haag.

Zelfportret van Huygh Pietersz Voskuyl uit 1638; Selfies uit de Gouden Eeuw
Zelfportet / selfie van Huygh Voskuyl uit 1638, beeldmerk van Selfies uit de Gouden Eeuw
foto / collectie Mauritshuis, Den Haag

Conservator van het Mauritshuis, Ariane van Suchtelen, haast zich om te benadrukken dat de selfies uit de Gouden Eeuw wel iets anders zijn dan die van nu. Het schilderen van een zelfportret vergde immers veel meer vakmanschap en tijd dan het maken van een selfie met de smartphone. Maar de bedoeling van de makers is dezelfde: jezelf promoten! De selfie uit de zeventiende eeuw was vaak het visitekaartje van de schilder.

Selfies om jezelf te profileren

Nooit eerder was er een tentoonstelling over zelfportretten uit de zeventiende eeuw, terwijl die toch illustratief zijn voor de Hollandse schilderkunst. De opkomst van de selfie kwam voort uit de enorme vlucht die de schilderkunst hier nam. In de beginjaren van de Republiek gingen de kunstschilders voor de markt produceren. Elders in Europa waren het nog altijd alleen het handjevol rijke aristocraten die opdrachten verstrekten aan enkele kunstschilders. In Holland ging iedereen schilderijen kopen en velen, met meer of minder talent, voedden die markt met hun schilderkunst. Om je te onderscheiden, moest je jezelf profileren. Het zelfportret was daartoe een geëigend middel.

‘Vondst uit eigen collectie’

Of dat Huygh Pietersz Voskuyl (1591-665)  destijds lukte met zijn zelfportret, weten we niet. Maar in ieder geval heeft zijn selfie zo’n 377 jaar later succes. Zijn zelfportret is het beeldmerk van de tentoonstelling. Van Suchtelen noemt het schilderij ‘een vondst uit eigen collectie’. Want wie had ooit van Voskuyl gehoord? Er zijn nauwelijks schilderijen van hem bekend en van zijn leven weten we ook nauwelijks meer dan dat hij in Amsterdam werd geboren en er stierf. Een fraai detail in het zelfportret maakt duidelijk dat Voskuyl in zijn tijd meetelde. Nadrukkelijk schilderde hij ook het familiewapen, een kruis met onderaan een driehoek, dat blijkbaar geborduurd was op de witte strik met kant die hij draagt. De Voskuyls waren een familie met traditie.

Nerfstructuur

Hij mag dan nu onbekend zijn, het zelfportret toont de bijzondere kwaliteit van Voskuyl . De spontane uitdrukking van zijn gezicht, omzoomd door halflange donkerbruine haren die onder een stoffen muts uit pieken, is even verrassend als natuurlijk. De achtergrond is heel opmerkelijk: een houten wand waarvan Voskuyl de nerfstructuur heel realsitisch weergaf. Zo’n houten achtergrond zie je bijna nooit op schilderijen uit de zeventiende eeuw.

Oog in oog met de schilder

Zelfportretten bekijken, is letterlijk oog in oog staan met de schilder. Dat gevoel van intimiteit versterkt de tentoonstelling door tegenover de zelfportretten spiegels te plaatsen waardoor je in spiegelbeeld jezelf met de kunstenaar ziet.  Zo’n uniek moment wil je natuurlijk delen met al je vrienden en volgers op de social media. Een selfie is snel gemaakt, maar de spiegels zorgen  er ook voor dat je je even bewust bent, hoe je er zelf uitziet.  Wil ik net zo verbaasd kijken als Huygh?

Lees verder Selfies maken bij ‘selfies uit de Gouden Eeuw’