Categoriearchief: Publicaties

Publicaties van Marc Couwenbergh

Het keukenmeisje van Maris versus Het melkmeisje van Vermeer

Het keukenmeisje van Maris versus Het melkmeisje van Vermeer. Het keukenmeisje van Matthijs Maris uit 1871 werd destijds vergeleken met Het melkmeisje van Johannes Vermeer uit ongeveer 1658. De overeenkomst is inderdaad duidelijk, maar het verschil is opmerkelijker. De schilderijen verbeelden namelijk twee uitersten.

Links Het melkmeisje van Johannes Vermeer (1658) versus rechts Het keukenmeisje van Matthijs Maris (1871).
Links Het melkmeisje van Johannes Vermeer (1658) versus rechts Links Het melkmeisje van Johannes Vermeer (1658) versus rechts Het keukenmeisje van Matthijs Maris (1871).
Jonge vrouwen in de keuken

Op beide schilderijen zijn jonge vrouwen aan het werk in de keuken. Maar merk het verschil op. Het melkmeisje van Johannes Vermeer (1632-1675) is geconcentreerd bezig. Ze gaat helemaal op in haar handeling. Behoedzaam giet ze melk uit een kan. Het meisje van Matthijs Maris (1839-1917) roert in een pan. Zij kijkt echter juist weg van wat ze aan het doen is. Haar blik is afwezig. Blijkbaar zijn haar gedachten ver weg zijn van dit keukenwerk.

Concentratie versus dromerij

Concentratie versus dromerij. Twee uitersten. Toch ontlenen beide schilderijen hun aantrekkelijkheid aan deze tegengestelde gemoedstoestand van de jonge vrouwen. Beide schilders vonden het innerlijk van hun keukenmeisjes belangrijker dan hun uiterlijk. Maar waar Vermeer de concentratie benadrukte, koos Maris voor het dagdromen. Als toeschouwer worden we echter geraakt door zowel die concentratie, als ook door de dromerij.

Links Het melkmeisje van Johannes Vermeer (1658) versus rechts Het keukenmeisje van Matthijs Maris (1871).
Links detail van Het melkmeisje van Johannes Vermeer (1658) versus rechts detail van Het keukenmeisje van Matthijs Maris (1871).
Tanneke en Julie

Overigens weten we van zowel Het keukenmeisje en Het melkmeisje wie zij zijn. Voor Vermeer stond de dienstbode van zijn eigen huishouden model, Tanneke Everpoel. Maris schilderde zijn keukenmeisje naar Julie Crottard. Zij was de dochter van het dienstmeisje van zijn broer Jacob.

Vermeer versus Maris

Vandaag de dag kennen we Vermeer als een van de topmeesters van de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw. Zijn schilderijen wekken de illusie intieme inkijkjes te zijn in het leven van gegoede burgers uit die dagen.  In De meiden van Vermeer achterna laat ik zien dat Vermeer echter bij uitstek de schilder is van het innerlijk van vrouwen. Matthijs Maris leefde en werkte in de tweede helft van de negentiende eeuw. Aanvankelijk schilderde hij in de lijn van de Haagse School. Dat deden ook zijn oudere broer Jacob en zijn jongere broer Willem.

Dromen en herinneringen

Matthijs  Maris koos echter voor een eigen weg. Niet de waarneembare werkelijkheid, maar de imaginaire fascineerde hem. Hij geldt als de schilder van denkbeelden, dromen en herinneringen . Lijnen, vormen en kleuren verdwenen steeds meer uit zijn werk. Zijn afbeeldingen werden steeds vager en bouwde hij heel langzaam en zorgvuldig op binnen één tonaliteit.

Cultstatus

Matthijs Maris geniet nu heel wat minder bekendheid dan Johannes Vermeer. Maar in zijn tijd was deze Maris wel wereldberoemd. Zijn volstrekt unieke kijk op de schilderkunst leverde hem een cultstatus. Vincent van Gogh zei over Maris: “Dit is niet slechts talent, dit is een genie”. Het keukenmeisje van Maris versus Het melkmeisje van Vermeer is inderdaad een vergelijking van genieën.

Carel Willink en zijn vrouwen in kasteel Ruurlo

Carel Willink en zijn vrouwen in kasteel Ruurlo.  De schilder Carel Willink (1900-1983) heeft sinds de zomer van 2017 een eigen museum. Kasteel Ruuurlo biedt onderdak aan zo’n vijfenveertig schilderijen van de Nederlandse vertegenwoordiger van het magisch realisme. Daaronder ook het majestueuze portret van zijn derde vrouw, Mathilde de Doelder, uit 1975.

'Afscheid van Mathilde' uit 1975, een portret van zijn derde vrouw, Mathilde de Doelder in de Luipaardmantel van ontwerpster Fong-Leng.
‘Afscheid van Mathilde’ uit 1975, een portret van zijn derde vrouw, Mathilde de Doelder in de Luipaardmantel van ontwerpster Fong-Leng.
Carel Willink en zijn vrouwen in kasteel Ruurlo

Het Willink-museum in kasteel Ruurlo is een dependance van Museum voor Modern Realisme (MORE). Dit museum in het voormalig gemeentehuis van Gorsel is eigendom van  Frans en Monique Melchers. Zij lieten ook kasteel Ruurlo verbouwen en verfraaien. De motieven van de nieuwe ingelegde houten vloeren weerspiegelen die van de stucplafonds uit voorgaande eeuwen. Even sfeervol als kleurrijk zijn de nieuwe damasten wandbespanningen. Die alleen al rechtvaardigen met de gerestaureerde plafonds en de vloeren, een bezoek aan kasteel Ruurlo.

Zonlicht werpt de schaduw van het kozijn op de damasten wandbespanning. Rechts hangt 'Veldbouquet' uit 1928,
Zonlicht werpt de schaduw van het kozijn op de damasten wandbespanning. Rechts hangt ‘Veldbouquet’ van Carel Willink uit 1928.
Eeuwenoud kasteel

Kasteel Ruurlo dateert uit de veertiende eeuw. In de zeventiende eeuw kreeg het kasteel het uiterlijk zoals het er vandaag nog uit ziet. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ging het kasteel dienst doen als gemeentehuis van Ruurlo. Na de gemeentelijke herindeling in 2005 kwam het leeg te staan. In 2013 kocht Melchers het kasteel om het tot een museum te maken gewijd aan Carel Willink en zijn vrouwen.

Kasteel Ruurlo dat onderdak biedt aan het Carel Willink Musuem.
Kasteel Ruurlo dat onderdak biedt aan het Carel Willink Musuem.
Van modernist tot realist

De presentatie van het werk van Willink volgt de chronologie. Dat benadrukt dat de kunstenaar die uiteindelijk zijn faam verwierf als realist, juist begon als een modernist. In 1920 ging hij in Berlijn studeren aan de Internationale Vrije Academie van Hans Baluschek. Hij probeerde zo’n beetje alle stromingen van de moderne kunst uit, van futurisme tot constructivisme. ‘Na elke twee, drie of vier doeken wisselde ik van richting’, citeert de bezoekersgids de kunstenaar. Maar al snel bekeerde Willink zich tot de ‘ouderwetse’ figuratie. ‘Klassiek is het modernste wat je kan nastreven’, aldus Willink.

Vervreemdend ‘Kralenmeisje’

Het eerste schilderij waarin de latere Willink is te herkennen, is ‘Kralenmeisje’uit 1925. Zijn eerste vrouw Mies van der Meulen stond model. Willink gaf haar geabstraheerd weer. Haar sierlijk geschilderde vingers spelen met een kralenketting om haar hals. De achtergrond vulde Willink in met elementen die je niet bij een portret verwacht. Zo is een toren te onderscheiden. Lopen er buizen. En een constructie die op een kraan  lijkt. Een hekwerk. Vervolgens ook  abstracte vormen met kleurenaccenten. Die kleuren harmoniëren met de roze huidskleur van Mies en het okergeel van haar jurk. Ondanks die harmonie blijft het gissen naar de relatie tussen vrouw en achtergrond. Zie daar de vervreemding, kenmerkend voor het magisch realisme.

Kralenmeisje geschilderd door Carel Willink in 1925 en waarvoor zijn eerste vrouw Mies van der Meulen model stond.
Kralenmeisje geschilderd door Carel Willink in 1925 en waarvoor zijn eerste vrouw Mies van der Meulen model stond.
Nieuwe Zakelijkheid en een koel realisme

De keuze van Willink voor de figuratie eind jaren twintig sloot aan bij de overheersende trend in die jaren.  Na bijna drie decennia raakte de fut uit de avant-garde van de moderne kunst. Kunstenaars waren het experimenteren moe en keerden weer terug naar de traditie. In de jaren dertig maakte de Nieuwe Zakelijkheid furore. Na alle heftigheid van het expressionisme was het tijd voor een emotieloze weergave van de werkelijkheid. Willink zocht het in een koel realisme.

Invloed van Giorgio de Chirico

Een bezoek aan Italië in 1931 maakte de keuze van Willink voor het realisme definitief. Vanaf dat moment werden de klassieke beeldhouwkunst en architectuur vaste elementen in zijn werk. Daarbij is de invloed van Giorgio de Chirico evident. Hij is de schilder van verlaten straten en pleinen gedomineerd door onheilspellende schaduwen van de omringende gebouwen. ‘Straat met standbeeld’ uit 1934 getuigt van de invloed van De Chirico op Willink. Op dit schilderij is voor het eerst ook een donkere wolkenhemel te zien. Die dreigende luchten werden een handelsmerk van Willink.

Statue bij lustslog uit 1935 van Carel Willink. Op dit schilderij verschijnt voor het eerst de dreigende wolkenlucht, welke een kenmerk werd voor Willink.
Statue bij lustslog uit 1935 van Carel Willink. Op dit schilderij verschijnt voor het eerst de dreigende wolkenlucht, welke een kenmerk werd voor Willink.

 

Koele echtgenote

Carel Willink en zijn vrouwen  in kasteel Ruurlo betekent veel aandacht voor de portretten van zijn vier echtgenoten.  Immers die portretten vormen een andere karakteristiek van het werk van Willink. Een merkwaardig voorbeeld ervan is ‘Rustende Venus’ uit 1931. Wilma Jeuken, de tweede vrouw van Willink, lag hiervoor model. In 1930 waren ze getrouwd. Tot haar dood in 1960 bleven ze bij elkaar. Het schilderij laat zien dat het realistisch schilderen ervaring vereist die Willink in 1931 nog niet had. Willink streefde naar een koele weergave van het vrouwelijk naakt zonder enige erotiek. Echter, deze Venus ligt er wel heel  onnatuurlijk en weinig verleidelijk bij.

Herhaling van hetzelfde trucje

Willink zelf sprak over imaginair realisme, uit de fantasie geschilderd realisme. Zijn verbeelding bood hem de mogelijkheid om elementen bij elkaar te voegen die in de werkelijkheid niet bij elkaar te vinden zijn. Zo plaatste hij in ‘Landschap met zeven beelden’ uit 1941 klassieke standbeelden in een fantasielandschap. Maar in de achtergrond daarvan zijn wel de torens van de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk  te herkennen. In de jaren vijftig zette hij dieren in een omgeving waar ze niet thuishoren. Een zebra staat in een soort maanlandschap en een kameel in de tuin van Versailles. Deze schilderijen wekken echter nauwelijks nog vervreemding op. Daarvoor zijn het teveel herhalingen van dezelfde zet.

Creaties van Fong-Leng

Het museum toont ook vijf creaties van mode-ontwerpster Fong-Leng. Die kregen vooral bekendheid doordat de derde vrouw van Willink, Mathilde de Doelder, ze droeg in de Amsterdamse uitgaanswereld in de jaren zeventig. Ook op de portretten die Willink van Mathilde schilderde, gaat ze gekleed in deze extra-vagante japonnen. Ondanks dat de kleuren ervan allang verschoten zijn, weerspiegelen deze creaties de vrijheid en creativiteit van die jaren.

De Luipaardmantel

Op het ‘Portret van Mathilde’ uit 1975 draagt Mathilde de majestueuze Luipaardmantel van Fong-Leng met wie ze innig bevriend was geraakt. Een replica van deze japon hangt in dezelfde zaal. ‘Portret van Mathilde’ is het meest imponerende schilderij van de collectie. Het toont Mathilde levensgroot ten voeten uit. Ze was 1,90 meter lang. Het schilderij is meer dan 2 meter hoog en 1,20 meter breed.

Replica van de Luipaardmantel van Fong-Leng. Mathilde Willink - De Doelder draagt deze mantel op het portret dat Willink van haar schilderde in 1975.
Replica van de Luipaardmantel van Fong-Leng. Mathilde Willink – De Doelder draagt deze mantel op het portret dat Willink van haar schilderde in 1975.
‘Afscheid van Mathilde’

Dit portret was het laatste dat Willink van haar maakte. Hij noemde het ‘Afscheid van Mathilde’. Inmiddels had hij een relatie met Sylvia Quiël die zijn vierde vrouw zou worden. Het schilderij toont de hoge mate van perfectie die Willink bereikte in het realistisch schilderen. Het zijde van de mantel glanst zoals alleen zijde dat doet. Toch herinnert het schilderij vooral aan de vrouw die door haar optreden als levend kunstwerk, de naam van Carel Willink definitief vestigde. In 1977 stierf Mathilde door een kogel in haar linkerslaap waarvan tot nu toe niet duidelijk is wie die afschoot.

 

Eenzaam – een superkort verhaal

Eenzaam – Een superkort verhaal. De blaadjes vallen en de avonden zijn weer lang. Tijd voor huiselijke gezelligheid. Maar niet iedereen ervaart die. Met de  winter voor de deur nemen somberheid en depressies toe. Velen voelen zich eenzaam. 

Eenzaam - een superkort verhaal door Marc Couwenbergh
Eenzaam – een superkort verhaal door Marc Couwenbergh
Eenzaam – een superkort verhaal

Ze hoort de wasmachine van de buurman centrifugeren. Het is dus bijna half twaalf. Altijd draait hij op zondagochtend een was. Zo meteen hangt hij zijn blauw gekleurde shirts aan het wasrek op het balkon. Tenminste als het weer het toelaat.

Ze kijkt opnieuw bezorgd naar buiten. Vanaf de achtste etage heeft ze vrij uitzicht op de grijze lucht. Blijft het droog? Ze loopt naar de balkondeur, opent die, maar stapt niet het balkon op.

Appartementencomplex

Haar hart bonst. Het gieren van de wasmachine klinkt steeds luider. De hoge tonen boren zich in haar hoofd. Al wordt ze vandaag 50, met haar oren is niets mis. Die registreren elk geluid in het appartementencomplex. Ze herkent haar medebewoners aan hun voetstappen. Hun namen kent ze alleen van de naambordjes bij de bellen. Dat van haar buurman ontbreekt. Hem aanspreken, heeft ze nog nooit gedurfd.

Het hoge geluid zwakt af. De trommel draait steeds langzamer. Haar ademhaling gaat juist sneller. In haar oren suist en klopt nu alleen haar bloed. Ze wacht op de droge klik van het openen van de wasmachine. Dan duurt het nog een halve minuut voor hij zijn balkon opkomt. Ze sluit haar ogen en telt.

Wasmand

Bij 30 stapt ze het balkon op. Ze hoort hoe hij de wasmand op de grond zet. Nu zal hij zich bukken om er een shirt uit te pakken om zich vervolgens op te richten om het op te hangen. Daarbij zal hij zich iets naar haar balkon toedraaien. Dan zal ze zeggen: ‘Dag buurman. Kom je op mijn verjaardag?’

Een windvlaag doet haar huiveren. Tegelijkertijd hoort ze van alles wat ze niet thuis kan brengen. Verward opent ze haar ogen. Buurman balanceert op de rand van de balustrade. Haar ‘Dag buurman’ wordt overstemd door de doffe dreun van beneden.

 

Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna

Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna: nog zeven dagen en de journalistieke pelgrimage door Marc Couwenbergh naar 21 schilderijen van Johannes Vermeer waarop vrouwen de hoofdrol spelen, is verkrijgbaar als e-book. Op 16 december, de dag dat Vermeer werd begraven in de Oude Kerk in Delft, gaat het eerste exemplaar naar een hedendaagse muze.

Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna
Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna
Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna

Vrouwen domineren het opmerkelijk kleine oeuvre van Johannes Vermeer. Op 33 van de 37 schilderijen die we van hem kennen, spelen vrouwen de hoofdrol. Dat is al heel uitzonderlijk. Geen van zijn tijdgenoten gaf zoveel aandacht aan vrouwen. Wat het nog bijzonderder maakt, is dat Vermeer niet alleen oog had voor het charmante uiterlijk van zijn vrouwen, maar dat hij juist ook hun gedachten, overwegingen en emoties in verf wist te vatten. Dat maakt hem uniek en tot een modern kunstenaar avant-la-lettre.

Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna en bestellen

Verzeker je van je eigen exemplaar van het e-book De meiden van Vermeer achterna voor slechts € 12,95 (inclusief 21% btw) . Vul hier het bestelformulier in.

Lees verder Aftellen naar De meiden van Vermeer achterna

‘Godslasterlijke Adam, Eva’ in Speel van Jeugdtheaterhuis

‘Een godslasterlijke Adam, Eva’ in het magazine Speel van Jeugdtheaterhuis Zuid-Holland is de terugblik van journalist Marc Couwenbergh op 25 jaar Jeugdtheaterhuis.

Pagina's uit het magazine Speel van Jeugdtheaterhuis waarin journalist Marc Couwenbergh terugblikt op 25 jaar Jeugdtheaterhuis.
Pagina’s uit het magazine Speel! van het Jeugdtheaterhuis waarin journalist Marc Couwenbergh terugblikt op 25 jaar Jeugdtheaterhuis.

Klik op het artikel om het te lezen.

Speel kwam uit op 5 november 2016 na de premiere van ‘Meer Grimmige Sprookjes’ ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Jeugdtheaterhuis.

‘Een godslasterlijke Adam, Eva enzovoort’

Tientallen recensies schreef ik over hun grote en kleine theaterproducties. Ik interviewde leerlingen, acteurs en regisseurs, woonde repetities bij en bezocht voorstellingen en projecten op scholen. Het begon bij ‘Adam, Eva enzovoort’. De titel van mijn bijdrage verwijst naar de ophef die ontstond rond deze familievoorstelling in 2002.

Blasfemie

‘Adam, Eva enzovoort’. Goudse kerken verwachtten niet veel goeds van de voorstelling. Dat het Jeugdtheaterhuis een voorstelling maakte over de Bijbel kon alleen maar resulteren in blasfemie. Zonder de voorstelling gezien te hebben, of contact gezocht te hebben met de makers, riep men de Goudse politiek op de subsidie aan het Jeugdtheaterhuis stop te zetten.

Lees verder ‘Godslasterlijke Adam, Eva’ in Speel van Jeugdtheaterhuis

De muziekles van Johannes Vermeer met een foutje

‘De muziekles’ van Johannes Vermeer, de Vermeer met een foutje, is even terug in Nederland. De Engelse koningin leent het schilderij uit, samen met andere Hollandse meesters uit haar collectie, aan het Mauritshuis voor de tentoonstelling ‘Hollanders in huis – Vermeer en tijdgenoten uit de Britse Royal Collection’.

Met de schilderijen kwam ook de Hertogin van Cambridge, bekender als hertogin Kate, of kortweg Kate, gistermiddag 11 oktober op bezoek. Zij studeerde kunstgeschiedenis aan de University of St Andrews. Of zij het foutje van Vermeer ook heeft opgemerkt? Meestal kijken mensen er overheen.

De muziekles van Johannes Vermeer, de Vermeer met een foutje, uitgeleend door de Engelse koningin aan het Mauritshuis voor Hollanders in huis. Royal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II 2016
De muziekles van Johannes Vermeer, de Vermeer met een foutje, uitgeleend door de Engelse koningin aan het Mauritshuis voor de tentoonstelling ‘Hollanders in huis’.
Royal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II 2016
De muziekles

Vermeer schilderde ‘De muziekles’ rond 1660-1663, ongeveer halverwege zijn carrière. In een kamer waarin zacht daglicht valt door glas-in-loodramen, speelt een vrouw op een virginaal, voorloper van het klavecimbel. Een jonge man, eveneens fraai gekleed, luistert aandachtig naar de muziek met een arm losjes op het instrument leunend. Het tafereel ademt een en al harmonie uit. Vrouw en man zijn ongetwijfeld geliefden. De muziek verbindt hen. Op het virginaal staat MVSICA LETITIAE CO[ME]S MEDICINA DOLOR[VM], ofwel ‘muziek is een metgezel van vreugde, een medicijn tegen verdriet’.

Lees verder De muziekles van Johannes Vermeer met een foutje

Van Dam2Dam rennen met de support van Athene

Van Dam2Dam rennen met de support van de godin Athene. Kort na de start van de Dam2Damloop 2016 dook ze naast mij op en nam me mee. Haar energie gaf me vleugels. Had de Griekse godin Athene zich over mij, dolende sterveling ontfermd? Zo rennend, kreeg ik het vertrouwen en het plezier in mijn hardlopen terug dat ik de afgelopen maanden vol blessureleed was kwijtgeraakt.

Eva als Athene en Marc op weg naar de finish in de Dam2Dam 2016.
Eva als Athene en Marc op weg naar de finish in de Dam2Dam 2016.

 

Met Athene van Dam2Dam

Tergend lang duurt de klim uit de IJ-tunnel. In de afdaling kon ik inhalen, maar nu komen lopers mij voorbij. ‘Je niet gek laten maken! Je eigen tempo houden; het gaat hard genoeg!’, coach ik mezelf.

Mijn start van de Dam2Damloop is goed gegaan. De pijn in mijn rechterknie is minimaal. Toch ben ik er niet gerust op. Na een half jaar blessureleed door een plantaris hypertonie is dit mijn eerste wedstrijd. In de afgelopen zes weken heeft het herstel zich doorgezet, maar in de afgelopen week keerde de pijn in mijn knie terug. En ik heb geen loopmaatje bij me om me aan op te trekken.

Plantaris hypertonie

Een verkrampte plantaris, de pees die loopt van hiel tot knie, veroorzaakt de pijn in mijn knie. Rekken is de enige remedie. En dat heb ik dus tot het laatste moment gedaan. In het startvak zat ik op de grond met twee benen gestrekt voor me uit. Alleen, want alle bekenden zijn in de vakken voor me gestart. De 10 mijl van de Dam2Damloop zijn 5 kilometers minder dan een halve marathon, heb ik mezelf moed ingepraat. Maar het is meer dan een half jaar geleden dat ik een halve marathon gelopen heb. 16 kilometers zijn voor iemand die ruim vier maanden helemaal niet heeft gerend, een heel eind. Maar twee weken terug is het me gelukt een training van 16 kilometer te lopen. Het moet dus kunnen vandaag.

Kort koppie boven een paars topje

Het loopt lekker, he!”, klinkt het naast me. Twee grote ogen in een koppie met kort geknipt donker haar kijken me lachend aan. “Tot zover gaan we goed”, beaam ik. Mijn loop-app heeft me net gemeld dat het tempo 5 minuten en 20 seconden per kilometer ligt. Dat is een stuk sneller dan mijn trainingstempo dat boven de 6 minuten lag. Ik vertel haar dat dit mijn eerste wedstrijd is na een half jaar blessure.“Ik weet niet of ik dit vol ga houden,” zeg ik. “Weet ik ook niet,” is haar laconieke reactie.

Eva stralend van energie en kracht op weg naar de finish van de Dam2Dam 2016.
Eva stralend van energie en kracht op weg naar de finish van de Dam2Dam 2016.

Lees verder Van Dam2Dam rennen met de support van Athene

Stapels goudstukken voor De Nachtwacht van de 16e eeuw

De Nachtwacht van de 16e eeuw helemaal bedekt met goud. Stapels goudstukken! De keizer van het Heilige Roomse Rijk, Rudolf II, bood in 1602 zoveel goudstukken als nodig om Het Laatste Oordeel dat Lucas van Leyden schilderde in 1526-1527, te bedekken. Hoeveel stapels goudstukken dat zijn geweest? Dat laat zich raden. Het drieluik heeft de imponerende afmetingen van 4,3 meter breed bij 3 meter hoog. Maar het stadsbestuur van Leiden zwichtte niet voor het grote geld. Het schilderij bleef in Leiden.

De Nachtwacht van de zestiende eeuw, Het laatste oordeel van Lucas van Leyden, waarvoor stapels goudstukken zijn geboden door de keizer Rudolf II van het Heilig Roomse Rijk in 1602
De Nachtwacht van de zestiende eeuw, Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden, waarvoor stapels goudstukken zijn geboden, komt aan in de eregalerij van het Rijksmuseum eind augustus 2016.
Foto: Olivier Middendorp
Met stapels goudstukken bedekt

Deze geschiedenis over de waarde van kunst doet modern aan. Het is goed te realiseren dat ook in het verre verleden beseft werd dat de waarde van kunst niet altijd in geld is uit te drukken. Zeker in 2016. Het jaar waarin de Nederlandse staat de helft van de 160 euro neerlegt voor de aankoop van twee Rembrandts.

Goud of kunst

In Leiden had men al vroeg in de gaten dat het werk van stadsgenoot Lucas van Leyden een unieke waarde had. Van Leyden had immers grote invloed op de ontwikkeling van de kunst. Toch was de verleiding van het goud groot. Net als nu ijverden echter kunstenaars en intellectuelen voor het behoud van het unieke schilderij van Lucas van Leiden. De schrijver van het toonaangevende boek over schilderkunst, Carel van Mander,  betoogde dat de waarde van dit Laatste Oordeel ver uit steeg boven die van de stapels goudstukken.

Lees verder Stapels goudstukken voor De Nachtwacht van de 16e eeuw

De Nachtwacht van de zestiende eeuw

De  Nachtwacht van de zestiende eeuw is Het Laatste Oordeel dat Lucas van Leyden in 1526-1527 schilderde als altaarstuk voor de Pieterskerk in Leiden. Volgens kunsthistorici is het belang van dit schilderij voor de kunstgeschiedenis gelijk aan de Nachtwacht van Rembrandt een eeuw later.

De Nachtwacht van de zestiende eeuw: het drieluik met het Laatste Oordeel geschilderd door Lucas van Leyden in 1526-1527 is nu te zien in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam.
De Nachtwacht van de zestiende eeuw, het drieluik met het Laatste Oordeel geschilderd door Lucas van Leyden in 1526-1527 is nu te zien in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam.

De Nachtwacht van de zestiende eeuw

Aan de heldere  en kleurrijke voorstelling van de Dag des Oordeels van Lucas van Leyden loop je niet snel voorbij. Het schilderij met de imponerende afmetingen van 4,3 meter breed bij 3 meter hoog wemelt van de naakten.  Toch genieten schilderij en schilder bij lange na niet de bekendheid van Rembrandt en zijn Nachtwacht van ruim een eeuw later. Daarin komt echter verandering nu dit drieluik voor twee jaar staat opgesteld in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam. Museum De Lakenhal in Leiden leent Het Laatste Oordeel uit omdat het museum twee jaar dichtgaat voor renovatie en uitbreiding.

Wegbereider renaissance

De directeuren van beide musea zijn opgetogen over deze samenwerking. Taco Dibbits van het Rijksmuseum onderstreept het belang van Het Laatste Oordeel. “De invloed van Van Leyden op de kunstgeschiedenis is gelijk aan die van Rembrandt. Van Leyden is met Albrecht Dürer de wegbereider van de renaissance in het noorden van Europa.” Meta Knol, directeur van De Lakenhal, wijst erop dat Het Laatste Oordeel met gemak de concurrentie aan kan met de andere topstukken in de eregalerij. “Het is een sprankelend kunstwerk door de lichte, heldere kleuren dat met de vele naakten en gepersonifceerde gezichten heel gewaagd en vernieuwend is.”

Lees verder De Nachtwacht van de zestiende eeuw