Tagarchief: Gorsel

Carel Willink en zijn vrouwen in kasteel Ruurlo

Carel Willink en zijn vrouwen in kasteel Ruurlo.  De schilder Carel Willink (1900-1983) heeft sinds de zomer van 2017 een eigen museum. Kasteel Ruuurlo biedt onderdak aan zo’n vijfenveertig schilderijen van de Nederlandse vertegenwoordiger van het magisch realisme. Daaronder ook het majestueuze portret van zijn derde vrouw, Mathilde de Doelder, uit 1975.

'Afscheid van Mathilde' uit 1975, een portret van zijn derde vrouw, Mathilde de Doelder in de Luipaardmantel van ontwerpster Fong-Leng.
‘Afscheid van Mathilde’ uit 1975, een portret van zijn derde vrouw, Mathilde de Doelder in de Luipaardmantel van ontwerpster Fong-Leng.
Carel Willink en zijn vrouwen in kasteel Ruurlo

Het Willink-museum in kasteel Ruurlo is een dependance van Museum voor Modern Realisme (MORE). Dit museum in het voormalig gemeentehuis van Gorsel is eigendom van  Frans en Monique Melchers. Zij lieten ook kasteel Ruurlo verbouwen en verfraaien. De motieven van de nieuwe ingelegde houten vloeren weerspiegelen die van de stucplafonds uit voorgaande eeuwen. Even sfeervol als kleurrijk zijn de nieuwe damasten wandbespanningen. Die alleen al rechtvaardigen met de gerestaureerde plafonds en de vloeren, een bezoek aan kasteel Ruurlo.

Zonlicht werpt de schaduw van het kozijn op de damasten wandbespanning. Rechts hangt 'Veldbouquet' uit 1928,
Zonlicht werpt de schaduw van het kozijn op de damasten wandbespanning. Rechts hangt ‘Veldbouquet’ van Carel Willink uit 1928.
Eeuwenoud kasteel

Kasteel Ruurlo dateert uit de veertiende eeuw. In de zeventiende eeuw kreeg het kasteel het uiterlijk zoals het er vandaag nog uit ziet. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ging het kasteel dienst doen als gemeentehuis van Ruurlo. Na de gemeentelijke herindeling in 2005 kwam het leeg te staan. In 2013 kocht Melchers het kasteel om het tot een museum te maken gewijd aan Carel Willink en zijn vrouwen.

Kasteel Ruurlo dat onderdak biedt aan het Carel Willink Musuem.
Kasteel Ruurlo dat onderdak biedt aan het Carel Willink Musuem.
Van modernist tot realist

De presentatie van het werk van Willink volgt de chronologie. Dat benadrukt dat de kunstenaar die uiteindelijk zijn faam verwierf als realist, juist begon als een modernist. In 1920 ging hij in Berlijn studeren aan de Internationale Vrije Academie van Hans Baluschek. Hij probeerde zo’n beetje alle stromingen van de moderne kunst uit, van futurisme tot constructivisme. ‘Na elke twee, drie of vier doeken wisselde ik van richting’, citeert de bezoekersgids de kunstenaar. Maar al snel bekeerde Willink zich tot de ‘ouderwetse’ figuratie. ‘Klassiek is het modernste wat je kan nastreven’, aldus Willink.

Vervreemdend ‘Kralenmeisje’

Het eerste schilderij waarin de latere Willink is te herkennen, is ‘Kralenmeisje’uit 1925. Zijn eerste vrouw Mies van der Meulen stond model. Willink gaf haar geabstraheerd weer. Haar sierlijk geschilderde vingers spelen met een kralenketting om haar hals. De achtergrond vulde Willink in met elementen die je niet bij een portret verwacht. Zo is een toren te onderscheiden. Lopen er buizen. En een constructie die op een kraan  lijkt. Een hekwerk. Vervolgens ook  abstracte vormen met kleurenaccenten. Die kleuren harmoniëren met de roze huidskleur van Mies en het okergeel van haar jurk. Ondanks die harmonie blijft het gissen naar de relatie tussen vrouw en achtergrond. Zie daar de vervreemding, kenmerkend voor het magisch realisme.

Kralenmeisje geschilderd door Carel Willink in 1925 en waarvoor zijn eerste vrouw Mies van der Meulen model stond.
Kralenmeisje geschilderd door Carel Willink in 1925 en waarvoor zijn eerste vrouw Mies van der Meulen model stond.
Nieuwe Zakelijkheid en een koel realisme

De keuze van Willink voor de figuratie eind jaren twintig sloot aan bij de overheersende trend in die jaren.  Na bijna drie decennia raakte de fut uit de avant-garde van de moderne kunst. Kunstenaars waren het experimenteren moe en keerden weer terug naar de traditie. In de jaren dertig maakte de Nieuwe Zakelijkheid furore. Na alle heftigheid van het expressionisme was het tijd voor een emotieloze weergave van de werkelijkheid. Willink zocht het in een koel realisme.

Invloed van Giorgio de Chirico

Een bezoek aan Italië in 1931 maakte de keuze van Willink voor het realisme definitief. Vanaf dat moment werden de klassieke beeldhouwkunst en architectuur vaste elementen in zijn werk. Daarbij is de invloed van Giorgio de Chirico evident. Hij is de schilder van verlaten straten en pleinen gedomineerd door onheilspellende schaduwen van de omringende gebouwen. ‘Straat met standbeeld’ uit 1934 getuigt van de invloed van De Chirico op Willink. Op dit schilderij is voor het eerst ook een donkere wolkenhemel te zien. Die dreigende luchten werden een handelsmerk van Willink.

Statue bij lustslog uit 1935 van Carel Willink. Op dit schilderij verschijnt voor het eerst de dreigende wolkenlucht, welke een kenmerk werd voor Willink.
Statue bij lustslog uit 1935 van Carel Willink. Op dit schilderij verschijnt voor het eerst de dreigende wolkenlucht, welke een kenmerk werd voor Willink.

 

Koele echtgenote

Carel Willink en zijn vrouwen  in kasteel Ruurlo betekent veel aandacht voor de portretten van zijn vier echtgenoten.  Immers die portretten vormen een andere karakteristiek van het werk van Willink. Een merkwaardig voorbeeld ervan is ‘Rustende Venus’ uit 1931. Wilma Jeuken, de tweede vrouw van Willink, lag hiervoor model. In 1930 waren ze getrouwd. Tot haar dood in 1960 bleven ze bij elkaar. Het schilderij laat zien dat het realistisch schilderen ervaring vereist die Willink in 1931 nog niet had. Willink streefde naar een koele weergave van het vrouwelijk naakt zonder enige erotiek. Echter, deze Venus ligt er wel heel  onnatuurlijk en weinig verleidelijk bij.

Herhaling van hetzelfde trucje

Willink zelf sprak over imaginair realisme, uit de fantasie geschilderd realisme. Zijn verbeelding bood hem de mogelijkheid om elementen bij elkaar te voegen die in de werkelijkheid niet bij elkaar te vinden zijn. Zo plaatste hij in ‘Landschap met zeven beelden’ uit 1941 klassieke standbeelden in een fantasielandschap. Maar in de achtergrond daarvan zijn wel de torens van de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk  te herkennen. In de jaren vijftig zette hij dieren in een omgeving waar ze niet thuishoren. Een zebra staat in een soort maanlandschap en een kameel in de tuin van Versailles. Deze schilderijen wekken echter nauwelijks nog vervreemding op. Daarvoor zijn het teveel herhalingen van dezelfde zet.

Creaties van Fong-Leng

Het museum toont ook vijf creaties van mode-ontwerpster Fong-Leng. Die kregen vooral bekendheid doordat de derde vrouw van Willink, Mathilde de Doelder, ze droeg in de Amsterdamse uitgaanswereld in de jaren zeventig. Ook op de portretten die Willink van Mathilde schilderde, gaat ze gekleed in deze extra-vagante japonnen. Ondanks dat de kleuren ervan allang verschoten zijn, weerspiegelen deze creaties de vrijheid en creativiteit van die jaren.

De Luipaardmantel

Op het ‘Portret van Mathilde’ uit 1975 draagt Mathilde de majestueuze Luipaardmantel van Fong-Leng met wie ze innig bevriend was geraakt. Een replica van deze japon hangt in dezelfde zaal. ‘Portret van Mathilde’ is het meest imponerende schilderij van de collectie. Het toont Mathilde levensgroot ten voeten uit. Ze was 1,90 meter lang. Het schilderij is meer dan 2 meter hoog en 1,20 meter breed.

Replica van de Luipaardmantel van Fong-Leng. Mathilde Willink - De Doelder draagt deze mantel op het portret dat Willink van haar schilderde in 1975.
Replica van de Luipaardmantel van Fong-Leng. Mathilde Willink – De Doelder draagt deze mantel op het portret dat Willink van haar schilderde in 1975.
‘Afscheid van Mathilde’

Dit portret was het laatste dat Willink van haar maakte. Hij noemde het ‘Afscheid van Mathilde’. Inmiddels had hij een relatie met Sylvia Quiël die zijn vierde vrouw zou worden. Het schilderij toont de hoge mate van perfectie die Willink bereikte in het realistisch schilderen. Het zijde van de mantel glanst zoals alleen zijde dat doet. Toch herinnert het schilderij vooral aan de vrouw die door haar optreden als levend kunstwerk, de naam van Carel Willink definitief vestigde. In 1977 stierf Mathilde door een kogel in haar linkerslaap waarvan tot nu toe niet duidelijk is wie die afschoot.