Mijn derde marathon: #De mooiste

Mijn derde marathon: #Demooiste. Op 7 april 2019 startte ik in Rotterdam voor mijn derde marathon. Vorig jaar was het goed gegaan, nadat ik in oktober 2017 in Amsterdam mijn eerste marathon had volbracht, 59 jaar, even oud als mijn vader toen die overleed. Nu voelde ik me sterker dan ooit, maar een marathon blijft voor mij een ongewis avontuur. Succes uit het verleden, biedt geen garanties voor het heden.

Mijn derde marathon: #De mooiste

Maandag 08.30 uur. De ochtend na de Rotterdam Marathon. De heldere klank van de voordeurbel, een ouderwetse trekbel, galmt door het huis. Ik houd mijn ogen dicht en probeer droom en werkelijkheid te onderscheiden. De 42 kilometer en 195 meter zijn de hele nacht door mijn hoofd blijven rond rennen. De warmte, de bekertjes water, stukken banaan, plakkende gels, dreunende beats, alle aanmoedigende “Je kunt het!” en steeds weer het grijze asfalt. Soms had ik het bloedheet. Dan lag ik weer te rillen. Mijn loodzware benen zijn nauwelijks te bewegen. Ik hoor een stem. Voor ik het weet, sta ik naast mijn bed. Schiet in een trainingsbroek en daal de trap af. Of is het zweven? De voordeur staat wijd open. Ik zie een enorme bos bloemen, roze, groen, paars. Dan rijst de ochtendzon uit boven de daken van de huizen aan de overkant. En alles verdwijnt in een zee van licht. “Ik ben zo trots op je!”


Op het Schouwburgplein in de rij om mijn tas in te leveren; nog even een eierkoek en water. Foto: Mat Drummen.

Uitlopen en alles heel houden

‘You’ll never run alone’, zingt Lee Towers. De Rotterdam Marathon start! Maar ik heb nog een half uur. Mijn trainingsjack geef ik aan Mat, mijn trainingsmaat. De zon heeft al kracht, maar voor hetzelfde geld had ik nu staan koukleumen. Mat is met me meegegaan tot aan het startvak voor de praktische en mentale support. “Je kunt ook een stukje wandelen,” zegt Mat. “Je hebt vijf en half uur de tijd.” Ik lach. Het wordt mijn derde marathon, maar aan een streeftijd waag ik me niet. De Halve Marathon van Egmond heb ik afgelopen januari weer onder de twee uur gelopen, maar een hele marathon blijft anders, weet ik na twee marathons. Uitlopen en alles heel houden, is mijn doel. Een laatste groet en dan schuif ik richting startlijn.

Gejuich, gepiep en genieten

Gejuich, applaus! Het gepiep van de matten met de tijdsregistratie. Ik ben weg, de Erasmusbrug op die volgepakt staat met toeschouwers. Ook als lopers hebben we nauwelijks ruimte. Het is opletten dat je niet op de hielen van een voorganger trapt. Maar wat een sfeer. Dit is genieten. Het avontuur is begonnen. Richting Feijenoordstadion komt er meer ruimte. Waar anders in de eerste kilometers de benen stijf voelen, gaat het nu soepel. Vanochtend heb ik nog even met mijn benen omhoog tegen de deur gelegen. Dat rekt de hamstrings, terwijl de rest ontspant.

Liever warm dan koud

Plof. Een van mijn waterflesjes is uit mijn gordel gevallen. Even aarzel ik, maar water is vandaag te belangrijk. Ik loop terug en raap mijn flesje op, tussen alle achtervolgers. Al zes jaar loop ik met deze gordel, alle trainingen en elke wedstrijd en nooit ben ik een flesje verloren. Maar vandaag heb ik ook een flipbelt om met mijn telefoon erin, trein- en bankpasje plus een voorraadje gels. Blijkbaar zitten de gordels elkaar in de weg. Ik verschuif ze wat. Zo’n vijf kilometer verderop floept echter ook het andere flesje eruit. Ditmaal weet ik wat er gebeurt en gris het flesje meteen weer van de grond. Maar dit ga ik dus niet de hele marathon volhouden. Enfin, ik zie wel.

Warmer dan gedacht

Aan de Olympiaweg, ergens bij de 7 kilometer staat Tobias met zijn fiets langs de kant. Hij is één van mijn docenten van de sportschool. Een echte wielrenner, maar vandaagt moedigt hij de lopers aan. Ik loop nu vlak achter de pacers van 4.30. Het gaat lekker, maar de warmte voel ik ook. Ik heb het liever warm, dan koud. Bij de eerste sponzenpost koel ik mijn gezicht en nek. Ik merk dat ik warmer ben, dan ik dacht. Het laatste beetje knijp ik uit boven mijn hoofd.

Trots en bezorgdheid

Het Havenspoorpad langs de zuidrand van Rotterdam is relatief rustig. Het is lang, maar ik vind het fijn om groen te zien. Zodra we de hoek omgaan, Rotterdam weer in, staat het publiek rijen dik. Rotterdam loopt uit voor de marathon. “Papa, papa!” Haar gegil gaat dwars door me heen. Trots en bezorgdheid klinken er in door Achttien zal ze zijn en haar papa rent ergens vlak achter me. Dit is de marathon. Allemaal lopen we op het randje van ons kunnen en dat gaat pijn doen. Wie je lief heeft, weet dat!

Luisteren naar je lijf

Bij de 15 kilometerpost verwacht ik wat eetbaars, maar ik zie niks. Wel drinken. Wandelend neem ik zowel een bekertje water als Isostar. Ben ik het eten voorbij gelopen? Ik zet weer aan. In mijn herinnering had ik vorig jaar het in deze fase moeilijker. De 17 kilometer is een punt waar mijn lichaam een eerste signaal afgeeft dat er grenzen zijn. Ik kijk niet op mijn horloge, maar het gemak waarmee ik adem, vertelt me dat het wel goed zit met mijn hartslag. De 4.30 pacers zie ik niet meer, maar ik blijf rustig mijn kilometers maken. En luisteren naar het lijf.

Het probleem verplaatst

Bij de drankpost na de 20 kilometer rek ik even, drink twee bekertjes leeg en haal een gel uit mijn flipbelt. En dan weer door. Het duurt even voor ik weer in mijn ritme zit. Ik voel mijn bovenbeenspieren aan de voorkant, de quadriceps. Anders zijn de achterkanten, mijn hamstrings, gevoelig, maar het probleem heeft zich blijkbaar verplaatst. Naar mijn idee wandelen er al meer mensen dan normaal. Ik concentreer me op mijn ademhaling. Dat brengt ontspanning.

Nu ik naar het oosten loop, voel ik een windje dat een beetje verkoelt. Ik let op dat ik de SS Rotterdam zie als we bij de Maashaven komen. En de reliëfs in de gevel van Meneba met in één ervan mijn geboortejaar 1958. Veel uit die tijd staat er niet meer overeind. Toch is 1958 een goed bouwjaar, prijs ik mijn lijf. Gloednieuwe bedrijfspanden en stadsvernieuwing typeren nu dit Rotterdam Zuid. Zo meteen buigt de route weer terug naar het centrum. Ik verheug me erop Daan te zien. Mijn zoon zal vlak voor het Wilhelminaplein staan. Op een klok zie ik dat het 13.10 uur is. Ben ik in ieder geval niet te vroeg daar.

De Erasmusbrug steiler

Daan zwaait met een gepelde banaan en een bidon in de andere hand. “Het is zwaar,” zeg ik. “Je kunt het!”, reageert hij laconiek. Het is wel gezellig even pauzeren, maar ik moet weer verder. “Ik ga naar de Coolsingel,” zeg ik. Maar eerst de Erasmusbrug op. Ditmaal is die een stuk steiler dan ik me herinner. Veel lopers wandelen omhoog. Dat is misschien wel efficiënter, want het klimmen vergt extra energie. Maar ik wil de Rotterdam Marathon echt ervaren. Dus rennen! Juist hier op de Erasmusbrug. Het water, de zon, de stad en alle juichende toeschouwers. Hier kwam ik voor!

Ik raak iets achter op de 4.40-pacers. Het 30 kilometerpunt ligt nog een eind weg. Dat is het nadeel als je de route kent. Een marathon lopen is niet alleen een kwestie van fysiek uithoudingsvermogen. Het mentale is zeker zo belangrijk. Vorig jaar wist ik dat er supporters zouden staan vlak voor het Kralingse Bos. Die zijn er nu niet, maar in het bos staan wel de groene shirtjes van de Rotterdam Marathon Deelnemers. Ik loop nu ook in zo’n shirtje en hoewel ik hen alleen maar ken van de Facebookberichten, weet ik dat zij klaar staan om me aan te moedigen.


In het Kralingse Bos moedigen de RMD-ers aan in de groene shirts met de Erasmusbrug. Foto Myrna Zeep – Rotterdam Marathon Deelnemers.
De groene RMD-support

En inderdaad! Enthousiast hoor ik mijn naam roepen. Dit is ook de marathon. Je loopt op je eigen benen, maar de support van anderen geeft je die extra energie die je zo nodig hebt. In één van de RMD-posts op Facebook had iemand gedeeld hoe hij de ronde door het Kralingse bos helemaal opdeelt in kleine stukjes. Dat voorkomt dat het eindeloos lang lijkt te duren. En dat doe ik. Het tankstation kan niet ver zijn. Alles doet nu pijn. Het is verleidelijk om te stoppen, maar dan kom ik er niet. Ik moet gewoon blijven lopen.

‘Kanjer, je kunt het!

Wel aan de kant, want een ambulancequad moet voorbij. Ook verder weg hoor ik steeds sirenes. Bij de videoschermen verwacht ik één aanmoediging voor mij, maar nee. Er verschijnen geen bekenden voor me. Net als het laatste scherm uit mijn ooghoek is, hoor ik toch een bekende stem: “Kanjer! Je kunt het!” Dat moet Jet zijn, mijn vrouw! Het 35 kilometerpunt passeer ik. Blijven lopen; blijven lopen! Bij het eerste tentje van de waterpost ga ik weer wandelen. Het duurt nu langer voor mijn hartslag zakt. Wandelend drink ik twee, drie bekertjes water. Ineens duikt Tobias naast me op. “Het gaat goed,” zeg ik hem. “Even pauzeren en dan ga ik weer.”

De enige optie: finishen

Op de hoek naar de Kralingse Plaslaan zie ik een bord met ‘Je enige optie is finishen!’. En zo is het. Nu ik hier ben gekomen, ga ik de finish halen. Wandelend is het nog ruim één uur. Ik zet weer aan. Ik voel me als een zwaan die los moet komen van de grond. Traag en met heel veel krachtsinspanning. Maar ik ren weer en even later lijken de benen lichter. Ik slalom om langzamere lopers heen. Het gaat goed. Ik ga finishen in mijn derde marathon. In de Boezemstraat duwt het gejuich me bijna letterlijk voort. Heel Rotterdam staat op zijn kop. Wat een feest en ik loop er middenin.

Sneller

Op de Blaak hoor ik weer mijn naam, maar ik ben te moe om om te kijken. Even later zie ik Daan achter de dranghekken mee rennen. “Je rent me zomaar voorbij,” lacht hij. “Ik loop nu door naar de finish,” schreeuw ik. “Ik kan je niet meer bijhouden,” roept hij. Ga ik werkelijk weer sneller? Ik voel me licht. Toch duurt het nog even voor ik de hoek om kan, de Coolsingel op. De laatste honderden meters. Nu niet struikelen. Focus houden. Genieten. En dan kan ik mijn armen de lucht insteken. Ik heb mijn derde marathon gelopen.

‘Fantastic!’

Al wandelend haal ik mijn telefoon tevoorschijn. Tot mijn verbazing zie ik een pushbericht: “4 uur 44 minuten en 39 seconden”. “Yes!!! You did it. Fantastic!” Nu schieten de tranen in mijn ogen. ‘Mijn sportschoolmaatje Cindy heeft me gevolgd via de app en een screenprint van mijn eindtijd gestuurd. Ook van Mat is er al een felicitatie. “Knappe tijd!” Mijn Polar meldt dat het mijn tweede marathontijd is. Toch iets sneller dan vorig jaar. Dat had ik eigenlijk niet verwacht. Ik ben tevreden en moe. En met elke stap die ik zet, dreigen de benen in de kramp te schieten. Ik verlang naar het randje van het Schouwburgplein om te gaan zitten. Daan reikt me een flesje drinken aan.

Mijn eerste marathon

Mijn tweede marathon

Facebooktwittergoogle_pluslinkedininstagram

2 gedachten over “Mijn derde marathon: #De mooiste”

  1. Wat een stoere ervaring toch! PROFICIAT Marc! Leuk om op deze manier een klein beetje van de sfeer mee te proeven. Dank je wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.